Welkom in de
vreemdetalen­kamer!

Hier kunnen je leerlingen hun vleugels uitslaan. Je helpt hen om een crème glace te bestellen aan de Franse kust en laat hen dansen op chansons.

Wie vult hun bord met chips of liever met fries? Verwonder met overzeese bestemmingen: welke vogels trekken naar Londen en welke liever richting Buenos Aires?  Misschien trekken ze wel naar Berlijn, waar alle hippe vogels uithangen?

Tschüss!

Illustratie vreemde talen: ligstoel, koffer, wegwijzers naar Rome, Zürich en Buenos Aires, met tekst 'Vlieg in vreemde talen'
papegaai
Roze muzieknoot icoon ter illustratie van de vreemde talenkamer op Klim in Taal
Roze muzieknoot decoratief icoon voor de vreemde talenkamer van Klim in Taal
Geel stervormig decoratief element als visuele markering voor het thema hoge verwachtingen binnen Klim in Taal
roofvogel met postzak met brieven in
brievenbus die open is en er zitten brieven in

Wil je meer halen uit je lessen vreemde talen? Scrol dan verder voor enkele wetenschappelijke inzichten om je didactische aanpak effectiever te maken.

Zoek je naar manieren om je leerlingen de basiswoordenschat Frans te laten inoefenen? Tien voor Frans, dat doe je zo!

Laat je leerlingen een nieuwe taal verkennen via onze kant-en-klare lespakketten met filmmateriaal van native speakers.

Kom binnen en bouw aan taalplezier
in verschillende talen!

Ingrediënten van sterk vreemdetalenonderwijs

Hoe kun je leerlingen op een effectieve en efficiënte manier een nieuwe taal aanleren? Onderzoeker Paul Nation bracht de essentiële ingrediënten van sterk vreemdetalenonderwijs in kaart.

roofvogel met postzak met brieven in

Nieuwe woorden en structuren komen tot leven als je ze koppelt aan een betekenisrijk taalaanbod, bijvoorbeeld via boeiende lees- en luisteractiviteiten.

Activeer de voorkennis van je leerlingen of reik achtergrondkennis aan om een kapstok te creëren waaraan ze nieuwe woorden kunnen vasthaken. Dit kan door over het onderwerp te praten, maar ook door meerdere fragmenten over hetzelfde onderwerp te bekijken of te lezen.

  • In de introductieles Engels activeren leerlingen eerst hun voorkennis (en achtergrondkennis): weten ze in welke landen er Engels gesproken wordt? Kennen ze misschien al Engelse woorden? Daarna komen ze meer te weten over de cultuur van enkele landen waar de inwoners Engels spreken.

Zorg voor verschillende vormen van ondersteuning om de betekenis van woorden duidelijk te maken.

  • In de introductielessen Engels en Duits koppel je nieuwe woorden aan afbeeldingen. Filmpjes zijn ondertiteld, zodat leerlingen nieuwe woorden meteen aan het schriftbeeld kunnen koppelen. In beide lessen denken leerlingen na over woorden die ze misschien al kennen vanuit het Nederlands – een belangrijke woordenschatstrategie.
  • In de lesideeën van Tien voor Frans worden kijkfragmenten ondertiteld: zo koppel je nieuwe woorden of uitdrukkingen onmiddellijk aan een correct schriftbeeld. Voor beginnende taalleerders zijn Nederlandse ondertitels ook een heel grote steun.

Laat leerlingen nieuwe woorden niet alleen herhalen, maar ook actief gebruiken in betekenisvolle schrijf- en spreekopdrachten, rollenspellen en creatieve opdrachten. Zo wordt woordenschat meer dan een rijtje woorden: het is de sleutel tot echte interactie, het doel van een taal leren!

  • In de introductielessen Engels en Duits leren leerlingen een aantal basiswoorden en -uitdrukkingen waarmee ze zich op het einde van de lessenreeks kort voorstellen (Duits) of hun land presenteren (Engels).

Nieuwe woorden en structuren kun je inoefenen via gerichte woordenschat- en grammaticaoefeningen. Omdat de lestijd niet eindeloos is, raden onderzoekers aan om een doordachte selectie te maken.

Leerlingen zijn vooral gebaat bij belangrijke en frequente woorden en uitdrukkingen. Vermijd om een les op te bouwen rond een zogenaamde lexicale set, zoals alle mogelijke vervoersmiddelen, soorten fruit of kledingstukken. In zulke sets zitten namelijk vaak heel wat minder frequente en dus minder belangrijke woorden. Gebruik daarom een overkoepelend thema waarin je de meest frequente woorden uit verschillende lexicale sets kunt combineren. Zo kan het thema ‘reizen’ een aantal populaire vervoersmiddelen, eetwaren én kledingstukken bevatten.

Onderzoek toont daarnaast aan dat het moeilijk is om te sterk verwante woorden tegelijk aan te leren. Dat geldt ook voor woorden die sterk op elkaar lijken, zoals un jour en une journée of partir en passer. Het kan beter zijn om die woorden te verspreiden over verschillende lessen of instudeermomenten.

Gebruik gevarieerde oefeningen waarbij leerlingen niet enkel de betekenis van woorden inoefenen, maar ook spelling, uitspraak en typische woordcombinaties. Ook (ingesproken) flashcards zijn een effectieve manier om woorden te automatiseren. Laat woorden en uitdrukkingen ook terugkeren in betekenisvolle spreek- en schrijftaken.

  • In Tien voor Frans vind je heel wat korte oefeningen om woordenschat te verankeren of op te frissen, de hele dag door.

Leerlingen moeten eerder geleerde woorden vlot kunnen oproepen uit hun langetermijngeheugen. Dat lukt alleen met voldoende herhaling: leerlingen moeten minstens vier tot tien keer aan een woord blootgesteld worden, in verschillende contexten, om dat woord te verwerven. Zo groeien ze uit tot vaardige taalgebruikers.

Net daarom kun je beter focussen op een beperkt aantal woorden dat je grondig kunt inoefenen en herhalen, dan een lange woordenlijst die leerlingen in één keer moeten instuderen.

  • In de introductieles Engels bekijken de leerlingen drie verschillende teksten en filmpjes. Daarin komen dezelfde woordenschat en structuren terug, zodat ze die herhaald herkennen én actief inoefenen.
  • In Tien voor Frans vind je heel wat lesideeën om de woordenschat te automatiseren.

Om woorden en structuren verder te verankeren, is gespreide herhaling de beste aanpak. Dat betekent dat het beter is om verschillende korte herhalingsmomenten te organiseren doorheen de dag, week en maand, in plaats van één langere les te besteden aan woordenschatoefeningen. Laat steeds meer ruimte tussen herhalingsmomenten om verankering in het langetermijngeheugen te bevorderen.

Getuigenis uit de praktijk:

“Vroeger volgde ik strikt mijn rooster met drie uren Frans. Nu leid ik een nieuw thema nog altijd binnen een lesuur Frans in. De dagen daarna kies ik verschillende momenten per dag om even terug te komen op de nieuwe woorden of zinnetjes – soms vijf minuten, soms een kwartiertje. Af en toe herhaal ik de woorden met flashcards of door te praten over afbeeldingen, andere keren is er tijd over voor een spelletje. Ik merk dat de woordenschat zo veel beter en langer blijft hangen bij de leerlingen.

Ook kies ik ervoor om minder thema’s te behandelen, maar de basiswoordenschat langer in te oefenen, met veel meer en verschillende spreek- en kijkmomenten. Ik zie een positief effect: de meeste leerlingen zijn enthousiast voor Frans en er zijn minder leerlingen met moeilijkheden.”

– Juf Rosalie, vijfde leerjaar

Ben je net als juf Rosalie op zoek naar werkvormen om woordenschat op een speelse en gevarieerde manier te herhalen? Inspiratie en handige tips vind je hier: Tien voor Frans

Wil je meer te weten komen over effectieve taaldidactiek?
Verken dan de andere kamers van de taalboomhut!

Witte muis die vastklampt aan een blauwe kabel, decoratief illustratie voor de leeskamer van Klim in Taal

Tien voor frans

Heb je nog tien minuten voor de bel gaat en wil je graag nog even aan Frans werken? Zet dan in op het automatiseren van de basiswoordenschat. Deze oefeningen kun je aanpassen naargelang thema en beschikbare tijd. Ze zorgen gegarandeerd voor taalplezier!

Les flashcards

Met flashcards kunnen leerlingen woorden en woordcombinaties gespreid in tijd en op eigen tempo verankeren.

  • Variatie: werk met digitale flashcards en laat leerlingen de uitspraak beluisteren en daarna hardop zeggen.

Le Memory linguistique

De leerlingen moeten nieuwe én eerder geleerde woorden koppelen aan de juiste afbeelding in een memoryspel.

  • Variatie: geef één punt voor een basiswoord, twee voor een woord uit een vorig thema, en drie punten voor een nieuw woord.

Uitdaging

Geef een blad met afbeeldingen uit alle thema’s. Laat leerlingen per twee de juiste woorden opschrijven en woorden die ze niet kennen opzoeken in het handboek.

kat op ladder met gieter

Le domino vivant

Maak dominokaarten met links een woord en rechts een afbeelding. De leerlingen krijgen elk een kaart en maken samen de slinger, terwijl ze oefenen op de vervoeging van avoir:

  • « Qui a le livre ? »
  • « Moi, j’ai le livre. Qui a le crayon? »
  • Variatie: je kan de klas in twee of meer groepen verdelen, zodat meer leerlingen tegelijk actief zijn.

Le dé des phrases

Toon zes afbeeldingen van woorden of woordcombinaties. Bij elke afbeelding hoort een aantal ogen van een dobbelsteen. Bijvoorbeeld: 1 = manger une tartine, 2 = une armoire, 3 = huit heures … Per groepje van twee krijgen de leerlingen een dobbelsteen. Ze gooien en vormen een zin met het woord dat of de woordcombinatie die bij het aantal ogen hoort.

  • Variatie: leerlingen kunnen ook twee keer na elkaar gooien zodat ze twee woorden in hun zin moeten combineren.

Le quatuor des mots

Leerlingen spelen kwartet met woordenschat uit verschillende domeinen (le matériel scolaire, les vêtements). Elke set bestaat uit vier bij elkaar horende woorden (un stylo, un crayon, une gomme; un pull, un pantalon). Ze stellen slimme vragen om kwartetten te verzamelen. In de ontkennende antwoorden gebruiken ze de grammaticale constructie n’avoir pas de … :

  • « Tu as un pull? »
  • « Oui, je te passe mon pull. » ou « Dommage, je n’ai pas de pull. »

Uitdaging

Speel in teams en laat leerlingen met elkaar overleggen voor meer interactie. Een groepje kan de kaart pas verdienen als het een goede zin kan maken met het woord, bijvoorbeeld:
 « Il porte un pull noir. »

kat op ladder met gieter
Gele zigzaglijn als decoratieve scheidingslijn op de leeskamerpagina van Klim in Taal

Download hier alle handige lesideeën om in tien minuten Franse woordenschat in te oefenen.

Le mot Mystère

De leerkracht denkt aan een woord, bijvoorbeeld een soort dier of fruit. De leerlingen stellen gesloten vragen in het Frans om het woord te achterhalen. De leerkracht antwoordt bevestigend of ontkennend tot het woord geraden is.

  • « Est-ce que c’est rouge ? »
  • « Oui, le mot mystère est rouge » ou « Oui, c’est vrai » ou « Non, ce n’est pas rouge » ou …
  • Variatie: laat een leerling het woord kiezen en de vragen beantwoorden.

Je mime, tu devines

Een leerling krijgt een woord of werkwoord (un chat, une chaise, regarder la télé, manger une pomme …) en beeldt het uit. De anderen raden het woord of de uitdrukking in het Frans. Tip: maak een ‘mimedoos’ met woordenschatkaartjes ter herhaling van enkele thema’s.

Time’s Up!

In duo’s of kleine groepen proberen leerlingen binnen een minuut zoveel mogelijk woorden te raden. Er is een bokaal met woordkaartjes. Een leerling trekt een kaartje en probeert het woord aan de rest van het groepje te beschrijven zonder het te zeggen (« C’est un fruit et c’est jaune. »), de anderen raden (« Une banane ! »). Is het geraden, krijgen ze het kaartje.

  • Variatie: laat de leerlingen uitbeelden, een vertaling geven, of één woord geven als tip (« Jaune. »).

Qui est-ce ?

De leerkracht beschrijft iets of iemand met (enkele) korte zinnen. De leerlingen raden het antwoord.

  • Je vois avec mes … yeux ! Je pense avec ma … tête !
  • Je porte ça aux pieds … des chaussures ! Je porte ça sur mes jambes … un pantalon!
  • Je dors dans … un lit! Je me lave dans la … salle de bains!
  • Il est le papa de mon papa … mon grand-père ! Elle est la sœur de ma maman … ma tante!

  • Variatie: de leerlingen schrijven het antwoord op hun wisbordje, de leerkracht controleert.
  • Variatie: de leerkracht geeft visuele ondersteuning bij het voorlezen: met de tekst of met afbeeldingen.

Uitdaging

Laat leerlingen per twee Qui est-ce? bedenken en spelen. Op het einde kunnen de leerlingen het gevonden woord beschrijven voor de klas. 

Geef leerlingen ondersteunende woordkaartjes, bijvoorbeeld “J’ai quatre pattes” of “Je dis … ” om bijvoorbeeld dieren te raden (la vache, le chien, le chat, le lapin). 

kat op ladder met gieter
boom dat door 2 portalen gaat

Download hier alle handige lesideeën om in tien minuten Franse woordenschat in te oefenen.

Décris-moi ça

Leerlingen werken per twee en krijgen een afbeelding die ze moeten beschrijven. («Je vois un garçon avec un ballon. Il porte un t-shirt rouge. »)

  • Variatie: voeg een creatieve twist toe en laat de luisteraar de afbeelding zo goed mogelijk natekenen op basis van de beschrijving.
  • Variatie: maak er een schrijfopdracht van en laat leerlingen hun beschrijving opschrijven.

Uitdaging

De luisteraar stelt ja-neevragen om zoveel mogelijk extra details te achterhalen.

kat op ladder met gieter

Jeu du téléphone

De leerkracht fluistert een woord of zin in het oor van een leerling. Die fluistert die door aan een volgende leerling, enzovoort. Klopt de zin nog aan het einde van de rit?

  • Variatie: om zo veel mogelijk leerlingen actief te betrekken en ‘wachttijden’ te vermijden kan je meerdere zinnen laten circuleren in verschillende richtingen.

Le domino-histoire

Leerlingen spelen een dominospel met zinnen die samen een logisch verhaaltje vormen. Elke dominosteen bevat twee halve zinnen (« Il y a un petit lapin qui … » en op een andere steen « … habite dans une forêt. »). De leerlingen moeten de juiste zinnen aan elkaar koppelen om het verhaal compleet te maken.

  • Variatie: laat leerlingen zelf de rest van de zin bedenken als ze geen match meer vinden.

Uitdaging

Na het spel schrijven de leerlingen per twee een vervolg op het verhaal.

kat op ladder met gieter
Blauwe golvende decoratieve scheidingslijn voor de leeskamer van Klim in Taal

Download hier alle handige lesideeën om in tien minuten Franse woordenschat in te oefenen.

Jacques a dit

De leerlingen staan recht en de leerkracht geeft commando’s, bijvoorbeeld  « Levez les bras ! », « Faites trois pas en avant ! », « Sautez ! ». De leerlingen mogen de opdracht enkel uitvoeren wanneer die voorafgegaan wordt door « Jacques a dit ». Wie zich vergist, moet gaan zitten. Hoeveel leerlingen slagen erin om na enkele minuten nog recht te staan?

La dictée tactile

Herhaal de zinsstructuren rond het weer met een rugmassage waarbij je tekeningen op de rug afspreekt. De ene leerling tekent iets op de rug van de klasgenoot en vraagt: « Quel temps fait-il ? » De andere antwoordt naargelang wat die heeft gevoeld op de rug. Na een paar minuten wisselen de leerlingen van rol.

Beweging
Zin
Tabel 1: Dewaele, K.; Martens, L. & Voets, E. (2014). Mini Max 4: didactische fiches. Averbode.
zachtjes op de rug tokkelen
« Il neige. »
stevige regendruppels tokkelen op de rug
« Il pleut. »
stevige windstoten nabootsen op de rug
« Il y a du vent. »
de bovenarmen van de partner warm wrijven
« Il fait froid. »
in de nek van de partner blazen
« Il fait chaud. »
Rode golvende lijn als decoratief scheidingselement voor de leeskamer van Klim in Taal

Download hier alle handige lesideeën om in tien minuten Franse woordenschat in te oefenen.

Une série ado

Speel de eerste drie minuten af van een tienerserie. Stel zowel het geluid als de ondertitels in het Frans in. Vraag dan: Wat begrijpen we al? 

Bekijk de scène daarna opnieuw met Nederlandse ondertitels. Vraag nu: Welke zinnen hebben jullie onthouden?

Kijk de scène opnieuw met Franse ondertitels en laat de leerlingen die zin juist opschrijven. Je kan het filmpje pauzeren na elke minuut. Schrijf de zinnen op een vaste plek op het bord of hang ze op zodat ze even blijven staan.

Singstar

Laat een leerling een kort Frans liedje van YouTube kiezen als overgangsmoment. Zet de Franse ondertitels aan.

Zing samen klassiekers zoals Tête, épaules, genoux et pieds.

Decoratieve zigzaglijn als visuele scheiding tussen secties op de leeskamerpagina van Klim in Taal

Download hier alle handige lesideeën om in tien minuten Franse woordenschat in te oefenen.

Bon matin !

Bij het binnenkomen van de klas vraag je: « Comment ça va aujourd’hui? ». De leerlingen antwoorden («Super ! » ou « Je suis fatigué·e. » ou « Ça va, et toi ? »).

Start de dag (bij eender welke les) door een leerling in het Frans de datum te laten meedelen (« Aujourd’hui, nous sommes mercredi 20 mars. ») of een kort weerbericht te brengen (« Aujourd’hui, il fait beau/il pleut/… »).

Bij eetmomenten passen ook een heleboel vragen.

  • « Où est-ce que tu manges ce midi, à la maison ou à l’école ? »
  • « Qu’est-ce que tu vas manger ? »
  • « Quel est ton fruit préféré? »

Uitdaging

Stel meer algemene geïnteresseerde vragen:

  • « As-tu des frères ou des sœurs ? »
  • « Quels sont tes hobbies ? »
  • « Quel est ton film préféré? »
  • « Quelle heure est-il ? »
kat op ladder met gieter

En route

Maak van verplaatsingen een vreemdetaalmoment. Tijdens het wandelen in de gang stopt de leerkracht onverwacht en stelt een vraag (« Quel est ton fruit préféré? »). De leerlingen antwoorden en stappen verder.

Tijdens de wandeling naar de bib of het zwembad vraagt de leerkracht de routebeschrijvingen. De leerlingen krijgen tijdens het stappen de tijd om te overleggen tot de leerkracht stopt en de klas weer aankijkt.

  • « Où allons-nous? » ou « On va où ? »
  • « Nous tournons à gauche ici. »
  • « Et maintenant ? »
  • « Nous allons tout droit. »
  • « Et après ? »
  • « Nous traversons la rue. »
  • « Et maintenant, que faisons-nous? « 
  • « Nous nous attendons au coin de la rue. »

En cours de maths

Laat leerlingen sommen oplossen: « Trois plus quatre, c’est … ? »

Laat leerlingen daarna ook een som ‘doorgeven’. Een leerling start met een getal en iedere volgende leerling telt er drie bij op: de eerste leerling zegt trois, de volgende six, de volgende neuf … De leerkracht kan de bewerking veranderen: « Et maintenant, moins cinq. »

Ondersteuning

De leerlingen kunnen de getallen telkens opschrijven.

gans met gele bril die een veer vast heeft om mee te schrijven

Uitdaging

Voeg een spelregel toe, bijvoorbeeld: wanneer een getal een 7 bevat of een veelvoud van 7 is, mag je het niet letterlijk uitspreken, maar moet je het vervangen door het woord bouteille. De rij gaat wel verder: quinze, dix-huit, bouteille, vingt-quatre

kat op ladder met gieter

En cours d’art

Laat leerlingen hun werkproces beschrijven: « Je coupe le papier, puis je colle. »

Laat leerlingen een schilderij beschrijven: « Je vois une maison rouge. »

Integreer Franse liedjes in de muzieklessen.

En cours de gym

Geef instructies in het Frans tijdens de turnles: « Sautez trois fois ! ». Zie ook Jacques a dit hierboven.

Gele golvende decoratieve scheidingslijn voor de leeskamer van Klim in Taal

Download hier alle handige lesideeën om in tien minuten Franse woordenschat in te oefenen.

Wil je meer halen uit je Franse les? Scrol dan even terug voor enkele wetenschappelijke inzichten om je didactische aanpak effectiever te maken.

vliegende roofvogel die Aziatische taal spreekt
papegaai

Verken vreemde talen

Een  eerste  klim in  Duits

Waar spreken mensen Duits? Hoe klinkt het? Welke woorden kennen leerlingen misschien al vanuit het Nederlands?

In filmpjes laten moedertaalsprekers je leerlingen kennismaken met de Duitse taal. Via woordenschatspelletjes leren ze enkele typische Duitse klanken en frequente woorden. Afsluiten doen ze met Duitse dialoogjes waarin ze zich aan elkaar voorstellen. Wie heißt du?

Wil je meer halen uit je les Duits? Scrol dan even terug voor enkele wetenschappelijke inzichten om je didactische aanpak effectiever te maken.

touw dat door 2 portalen gaat

Een  eerste  klim in  Engels

In welke landen is Engels een officiële taal en wat weten je leerlingen al over deze landen en culturen? Via toegankelijke teksten en filmpjes van moedertaalsprekers  komen leerlingen meer te weten over deze wereldtaal. Kunnen je leerlingen niet wachten om Engels te leren? In deze lessenreeks verwerven ze ook wat basiswoordenschat om hun eigen land voor te stellen in het Engels.  Cool, niet?

Wil je meer halen uit je les Engels? Scrol dan even terug voor enkele wetenschappelijke inzichten om je didactische aanpak effectiever te maken.

brievenbus die open is en er zitten brieven in

Verder lezen

Ben je op zoek naar meer inspiratie en lesideeën over hoe je een vreemde taal op een effectieve en motiverende manier in de klas brengt? Lees dan snel verder!

Klim in taal

Wil je meer weten over de principes van effectieve taaldidactiek? Bezoek de andere kamers in de taalboomhut:

Inspiratie en lesideeën

Hier vind je extra inspirerend lesmateriaal en frisse ideeën om met vreemde talen aan de slag te gaan in de klas. Suggesties met een (*) verwijzen naar lesmateriaal voor extra uitdaging.

Frans

  • Download het volledige overzicht van variatie in tussendoortjes voor woordenschat Frans hier.
  • Kijk naar korte animatiefilmpjes over de vragen die (Franstalige) kinderen zich stellen en ontdek de wereld van het nieuws op een speelse manier: 1 jour 1 actu. (*)
  • Ontdek talloze speelse oefeningen en vrolijke liedjes die het oefenen van Frans boeiend maken: Le Point du FLE. (*)
  • Leer Frans met korte video’s en interactieve oefeningen die je op een verrassende manier in de taal onderdompelen: TV5Monde – Apprendre le français. (*)
  • Geniet van levendige liedjes, aangevuld met handige didactische tips om de Franse taal te leren via volgende publicaties: Chantons en français.
  • Vind creatieve ideeën en materialen die je direct kunt gebruiken in je Franse lessen: La classe de Mallory. (*)
  • Maak leren leuk en actief met het loopdictee voor het 5de leerjaar. Beweging en taal in één! Bewegend Frans leren.
  • Ontdek praktische en effectieve strategieën om bij je leerlingen leerwinst voor Frans te boeken met deze duidelijke aanpak: Effectief in Frans.

Populariserende handboeken
en praktijkgidsen

  • Peters, E. 2017. Woordenschat aanleren in een vreemde taal. Hoe doe je dat? Leuven: Acco.
  • Surma, T., K. Vanhoyweghen, D. Sluijsmans, G. Camp, D. Muijs & P. Kirschner. 2019. Wijze lessen, 12 bouwstenen voor effectieve didactiek. Zwolle: Ten Brink Uitgevers.
  • Van den Branden, K. & M. Vanbuel. 2024. Taal in de basisschool. 75 vragen over taalonderwijs en taalbeleid in het kleuter- en lager onderwijs. Kalmthout: Pelckmans.

Populariserende artikels

  • Hulstijn, J. 2012. Woorden leren. Een kwestie van aandacht en herhaling. Levende Talen Magazine 99(7): 26–29. Geraadpleegd van tijdschriften.nl.
  • Mondria, J.-A. 2006. Mythen over vocabulaireverwerving. Levende Talen Tijdschrift 7(4): 3–11.

Wetenschappelijke artikels en boeken

  • Nation, P. 2013. Learning vocabulary in another language. Cambridge: Cambridge University Press.
  • Minnema, L. 2018. Woordenstroom. Werkvormen voor woordenschat. Coutinho.
  • Webb, S. & P. Nation. 2017. How vocabulary is learned. Oxford: Oxford University Press.
  • Zwier, L. J. & F. Boers. 2022. English L2 vocabulary learning and teaching: Concepts, principles and pedagogy. New York: Routledge.

Zoeken

Gedetailleerde illustratie van fantasierijke taalboomhut met verschillende kamers verbonden door ladders en bruggen. Diverse dieren bewonen de boom: vogels, eekhoorns, beren en andere dieren. Basis is roze boomstam met ladder.

Geef jouw feedback!

Onze taalboomhut viert binnenkort z’n eerste verjaardag! 🎂

Om jullie nog vlotter te laten klimmen in taal, peilen we graag naar jullie ervaring met onze website.

  • Vul de bevraging in via de onderstaande knop.
  • Geef op het einde ook je e-mailadres mee.
  • Maak kans op een boekenbon t.w.v. €100 voor op school!

kick-off van Klim in taal

Op maandag 2 juni gaf het Vlaams Talenplatform samen met het team van basisschool  Klim-Op (Sint-Truiden) het startschot voor Klim in taal. Het was een namiddag vol taal- en klimplezier! Minister van Onderwijs Zuhal Demir rolde de klimladder mee uit!

Ontvang onze nieuwsbrief!

Wij verwerken je gegevens volgens ons privacybeleid.