Hoge

verwachtingen

Van een stevige ladder tot een spannend klimtouw: klim in taal vanuit hoge verwachtingen

Wil je dat al je leerlingen klimmen in taal? Stel dan hoge verwachtingen en geef hun vertrouwen om te groeien op hun tempo. Met jouw steun ontdekken ze stap voor stap hun talenten en ontwikkelen ze taalplezier!

Op deze pagina vind je zes luiken met tips en concrete praktijkvoorbeelden om vanuit hoge verwachtingen je communicatie en lesaanpak voor taal te versterken. We baseren ons hiervoor op de leidraad Hoge verwachtingen van Leerpunt. De luiken vallen niet volledig samen met de aanbevelingen uit de leidraad, maar komen er wel in aan bod. Ze worden hier uitgediept en aangevuld met een focus op taalonderwijs.

vliegende roofvogel

Vanuit hoge verwachtingen lesgeven: zo laat je leerlingen klimmen in taal!

Je verwachtingen beïnvloeden hoe je voor de klas staat, welke feedback of ondersteuning je geeft en hoe je communiceert met je leerlingen. Soms geef je bepaalde leerlingen onbewust meer kansen dan anderen. Wil je hier bewuster mee omgaan? Bekijk de leidraad Hoge verwachtingen van Leerpunt en de bijhorende activiteiten om na te gaan hoe jij denkt over en spreekt met je leerlingen.

Vanuit jouw kritische blik geven we een aantal tips om je talige lespraktijk te evalueren en versterken vanuit hoge verwachtingen.

Decoratieve scheidingslijn op de pagina over hoge verwachtingen voor taalonderwijs op Klim In Taal
Klimtouw met knopen hangend aan een boomtak, symbool voor klimmen in taal vanuit hoge verwachtingen

Praktijkverhaal:
Zo zetten zij in op hoge verwachtingen

Decoratief zigzag-element in rood dat klimmen en groei symboliseert, passend bij de thema's van hoge verwachtingen in taalond
kat op ladder met gieter

Zet schoolbreed in op hoge verwachtingen en creëer samen een sterke leeromgeving. Basisschool Ursulinen in Mechelen deelt hoe zij dit aanpakken!

Decoratieve ladder als symbool voor klimmen in taal en groeien in taalontwikkeling

1. Hoe haal ik meer uit de interactie met leerlingen?

Decoratieve tak-illustratie als grafisch element op de Klim in Taal website
Decoratief driehoekig vormelement in donkerrood als grafische bladwijzer op de Klim in Taal website

Zo doen zij het

Decoratieve blauwe bliksemschichten als grafisch element voor de leeskamer van Klim in Taal

Wat kan ik doen?

Decoratief grafisch element met rode diagonale strepen in verschillende groottes, onderdeel van de visuele huisstijl van Klim

1.1 Creëer een rijke context

Lok vragen uit bij je leerlingen:

  • Stimuleer hun nieuwsgierigheid: breng voorwerpen, afbeeldingen of video’s mee om een rijke context te creëren.
  • Antwoord op hun vragen met een rijke woordenschat en achtergrondkennis.
  • Koppel het gesprek aan een doel, zoals het antwoord zoeken op een prikkelende vraag.

Stellen je leerlingen geen vragen uit zichzelf?

  • Doe alsof je iets niet weet: Ik vraag me af hoe dat zit. Wat denken jullie?
  • Creëer een probleem: Onze school verbruikt te veel energie. Hoe kunnen we dat veranderen?
  • Beweer iets absurds: Denken jullie ook niet dat…?
  • Geef bijkomende informatie: En als ik nu zeg dat … Verandert dat jullie idee?
Voorbeeld uit de klas: Taaldenk­gesprekken

Op www.lowan.nl vind je fragmenten van taaldenkgesprekken in een nieuwkomersklas. Leerlingen gaan in gesprek rond verschillende prikkelende vragen en concrete problemen. Bij elk fragment vind je een transcriptie en een analyse van sterke en minder sterke momenten tijdens het gesprek.

Witte muis die een blauwe kabel vasthoudt, decoratief illustratie-element voor de leeskamer van Klim in Taal

1.2 Stel prikkelende, open vragen

Uit onderzoek blijkt dat leerkrachten vaker gesloten vragen stellen aan minder (taal)sterke leerlingen. Maar gesloten vragen beperken de interactie, want leerlingen kunnen in dat geval maar één juist antwoord geven. Open vragen dagen leerlingen dan weer uit om hun ideeën te verwoorden en zich meer betrokken te voelen.

Hoe zou jij dat doen? Waarom denk je dat? Wat zou er gebeuren als …? Wat vind je (minder) goed aan dit idee?

Voor beginnende Nederlandsetaalleerders kunnen open vragen nog een te hoge drempel zijn. Op de website van het project Taalsterk vind je een overzicht van gevarieerde vragen die je als tussenstap kunt gebruiken om hen te betrekken. Ook door hen rijke gesprekken te laten observeren en ‘af te luisteren’, zoals bij hoekenwerk, verbeteren die leerlingen hun taalvaardigheid.

Expert aan het woord:

“Natuurlijk mag je als leraar ook gesloten vragen stellen, maar het is goed om stil te staan bij het aandeel open versus gesloten vragen.”

– Carolien Frijns, expert gelijke onderwijskansen (De vliegtuigklas, 2018)

Wil je nog meer interactie initiëren? Durf dan door te vragen. Veel interacties volgen het volgende patroon: je stelt een vraag, de leerling geeft antwoord en je beoordeelt het antwoord. Dat patroon kun je doorbreken door extra vragen te stellen en leerlingen ruimte te geven om zelf verder te redeneren. Zo verrijken ze hun antwoorden en kunnen ze groeien in taal en denken.

Vraag – antwoord – evaluatie
Uitgebreide interactie
Gebaseerd op Hadley, Newman & Mock (2020)
Leraar: Hoe voelde de jongen zich toen zijn vriend ging verhuizen?
Leerling: Verdrietig.
Leraar: Ja, inderdaad, hij was verdrietig.
Leraar: Hoe voelde de jongen zich toen zijn vriend ging verhuizen?
Leerling: Verdrietig.
Leraar: Waarom denk je dat hij verdrietig was?
Leerling: Omdat zijn vriend weggaat en hij niet meer kan spelen met hem.
Leraar: Ja, dat is moeilijk. Hoe kun je in het verhaal zien dat hij verdrietig is?
Leerling: Hij zit alleen op de schommel en hij kijkt naar de grond.
Leraar: Inderdaad, we lezen niet letterlijk dat hij huilt, maar we zien toch dat hij verdrietig is. Wat zou jij doen als je beste vriend zou verhuizen?

Een andere manier om al je leerlingen te laten groeien in taal en denken is aan de hand van de vragentrap. Deze aanpak biedt je als leraar houvast om zowel te ondersteunen als differentiëren tijdens een leergesprek. Hoe je de vragentrap kan toepassen in je klas lees je hier.

Voorbeeld uit de klas: rijke interactie in een diverse klas

Wil je werken aan een rijke taalomgeving? Haal dan inspiratie uit de klas van juf Femke (vierde leerjaar) en die van juf Karima (eerste leerjaar).

Blauwe golvende decoratieve scheidingslijn voor de leeskamer van Klim in Taal

1.3 Laat iedereen aan het woord

Sommige leerlingen grijpen meteen hun kans om te antwoorden, anderen hebben meer tijd nodig – dat geldt zeker voor minder taalsterke leerlingen. Hoe kun je ervoor zorgen dat alle leerlingen aan het woord komen?

  • Geef voldoende bedenktijd: Daag jezelf uit om – zeker minder taalsterke – leerlingen meer denktijd te geven in een onderwijsleergesprek. Laat leerlingen het antwoord opschrijven op een wisbordje of gebruik de werkvorm ‘denken-delen-uitwisselen’.
  • Werk met praatfiches tijdens groepsgesprekken: Alle leerlingen krijgen een aantal fiches en leggen er een in het midden als ze iets willen zeggen. Zijn hun fiches op, dan wachten ze tot iedereen aan de beurt is geweest. Werk eventueel met symbolen voor vragen, instemming (duimpje) of andere reacties.
  • Werk met hulpkaartjes met sleutelwoorden die leerlingen ondersteunen bij hun antwoord. Beginnende Nederlandsetaalleerders kun je laten antwoorden aan de hand van een afbeelding, en hun antwoord verrijken door interactie.
  • Blijf monitoren wie niet vaak aan het woord komt in de klas, zodat je hen bewust kunt betrekken in kleine groepsgesprekken of in een-op-eengesprekken.

1.4 Ondersteun je leerlingen in hun antwoorden

  • Stop de interactie niet bij “Ik weet het niet”: Probeer te achterhalen wat je leerlingen wel weten. Misschien zijn ze niet zeker over hun antwoord of lopen ze vast op een bepaalde denkstap. Stel vragen om hen vertrouwen te geven en ze op weg te helpen, zoals:

    Ik zag dat je hard aan het nadenken was. Wat was het eerste dat bij je opkwam?

  • Stop de interactie niet bij een fout antwoord: Help leerlingen tot het goede antwoord te komen door hen op weg te zetten met tips, keuzeopties te geven, denkstappen voor te tonen, hun denkproces opnieuw te laten doorlopen en te verwoorden ….

Expert aan het woord:

“Leraren zullen bij bepaalde leerlingen een vraag sneller doorspelen als het antwoord niet meteen komt, omdat ze hen willen ontzien of er om uiteenlopende redenen minder van verwachten. Maar daardoor passen die leerlingen hun gedrag ook aan. Want waarom zou je nog moeite doen als je weet dat je door even te zwijgen of te zeggen dat je het niet weet van die lastige vraag verlost bent?”

– Lia Voerman, lector Didactiek van hoge verwachtingen

touw dat door 2 portalen gaat

Bronnen

De inhoud in dit luik is gebaseerd op volgende bronnen:

Decoratieve ladder als symbool voor klimmen in taal en groeien in taalontwikkeling

2. Hoe werk ik met uitdagende leerdoelen?

Decoratieve tak-illustratie als grafisch element op de Klim in Taal website
Decoratief driehoekig vormelement in donkerrood als grafische bladwijzer op de Klim in Taal website

Zo doen zij het

Decoratieve blauwe bliksemschichten als grafisch element voor de leeskamer van Klim in Taal

Lees hier een interview met Talentenschool Blink over hoe zij rijke taaltaken verwerken in betekenisvolle thema’s.

Wat kan ik doen?

Decoratief grafisch element met rode diagonale strepen in verschillende groottes, onderdeel van de visuele huisstijl van Klim

2.1 Koppel doelen aan een betekenisvolle context

Expert aan het woord:

“Bij betekenisvolle taken stel je je als leraar de vraag: ”Welk motiverend doel geef ik aan mijn leerlingen en waarom is dat voor hen relevant?” Voor jou als leraar is dat iets anders, want jij hebt je eigen doelstellingen die je wil bereiken, maar leerlingen hebben een doelstelling op hun eigen niveau nodig: een project waarmee ze aan de slag gaan, informatie die ze willen te weten komen, een fictieve situatie waar ze rond werken … Belangrijk voor hen is dat er een concreet eindresultaat is.”

– Carolien Frijns, expert gelijke onderwijskansen
(Grote kansen, 2021)

Voorbeeld uit de klas: Het leerdoel en het leesdoel

Meester Viktor leest met zijn leerlingen derde leerjaar over de verschillende soorten paddenstoelen. Het leerdoel is om de hoofdzaak uit een tekst te leren afleiden. In duo’s krijgen de leerlingen een leesdoel: De illustratie ontbreekt. Kunnen jullie een informatieve tekening maken?

Ze overleggen over de opdracht: hoe ziet een informatieve tekening eruit? Als voorbeeld toont meester Viktor informatieve illustraties bij teksten over haaien. Daarna bespreken de leerlingen hun plan van aanpak: hoeveel paddenstoelen tekenen we, welke kenmerken (buisjes, plaatjes, sporen) geven we aan in woorden of in kleuren?

Leerdoelen komen tot leven als je ze koppelt aan realistische en relevante taken. Het motiverende doel van die taken is vaak niet-talig, maar je leerlingen moeten hiervoor wel betekenisvolle boodschappen (leren) verwerken of produceren.

  • Begin je les met een prikkelende vraag of concreet probleem om samen te onderzoeken.
  • Betrek hun leefwereld bij de taak en koppel het thema aan herkenbare situaties.
  • Verwerk leeslessen in boeiende, betekenisvolle thema’s om de leerstof te verdiepen.

Laat leerlingen nieuwe woorden en kennis actief gebruiken en herhalen, ook in andere contexten. Leg verbanden met andere vakken of bekijk een thema vanuit verschillende invalshoeken.

Witte muis die een blauwe kabel vasthoudt, decoratief illustratie-element voor de leeskamer van Klim in Taal

2.2 Stel dezelfde leerdoelen voor al je leerlingen

Geef leerlingen de tijd, instructie en oefenkansen die ze nodig hebben zonder de lat van het leerdoel te verlagen. Dat is soms een uitdaging, maar weegt niet op tegen de leerwinst voor minder sterke leerlingen. Door samen toe te werken naar hetzelfde doel leren leerlingen van elkaar. Zo versterk je ook de groepssfeer. 

Bij beginnende Nederlandsetaalleerders kan de taalachterstand initieel nog te groot zijn om dezelfde leerinhouden te verwerken. Focus daarom eerst op functionele en relevante leerdoelen om zich te weten redden op school en in het dagelijkse leven.

  • Maak voor hen een keuze uit de leerdoelen.
  • Zet in op de belangrijkste taalvaardigheden om die leerdoelen te behalen.
  • Focus eerst op mondelinge taal en woordenschat. Zodra die basis sterk is, werk je aan lezen en schrijven.
  • Koppel aan elk leerdoel extra taalondersteuning door (mondelinge en schriftelijke) taaldoelen te stellen.

Leestip: Heb je leerlingen in de klas die nood hebben aan taalsteun?
De praktijkgids Bouwstenen voor effectieve taaltrajecten biedt inspiratie om taaltrajecten op school vorm te geven.

Blauwe golvende decoratieve scheidingslijn voor de leeskamer van Klim in Taal

2.3 Maak leerdoelen helder en koppel ze aan succescriteria

Als leerlingen weten wat het leerdoel is en hoe ze het kunnen bereiken, neemt hun motivatie toe.

  • Omschrijf leerdoelen in duidelijke taal, zoals: Ik kan woorden over ontbossing gebruiken in een korte presentatie over het probleem.
  • Verwijs naar de leerstof op dezelfde manier als hoe leerlingen die moeten toepassen, bijvoorbeeld Ik kan de belangrijkste informatie halen uit de tekst over ontbossing.
  • Bespreek de leerdoelen met je leerlingen. Dat helpt hen te begrijpen waarom die zo belangrijk zijn en geeft ruimte voor hun vragen, zoals: Waarom moeten we die tekststructuur kunnen herkennen?
  • Geef ruimte voor persoonlijke leerdoelen. Vraag je leerlingen aan het begin van een nieuw thema wat zij willen leren, zodat je later beter kunt inspelen op hun interesses.
  • Koppel succescriteria aan je leerdoelen of stel ze samen met je leerlingen op. Gebruik bijvoorbeeld de ‘Placemat-werkvorm’ om leerlingen te laten denken over wat een goede presentatie is. Bekijk in het luik “Hoe volg ik het leerproces van mijn leerlingen op?” hoe je leerlingen actief kunt betrekken wanneer je succescriteria opstelt.

Voorbeeld uit de klas: Waarom zijn bossen zo belangrijk?

In dit uitgeschreven lesvoorbeeld lees je:

  • hoe leerdoelen gekoppeld worden aan een betekenisvolle context;
  • hoe je vanuit de principes van expliciete directe instructie met uitdagende leerdoelen werkt;
  • hoe je voldoende ondersteuning en uitdaging kan bieden om je leerlingen de leerdoelen te laten behalen.
touw dat door 2 portalen gaat

Meer inspiratie

  • Wil je meer weten over lezen en schrijven in een betekenisvolle context? Neem dan een kijkje in de leeskamer en de schrijfkamer.
  • In de leidraden Hoge verwachtingen en Differentiatie van Leerpunt vind je meer duiding bij de geformuleerde aanbevelingen rond leerdoelen.
  • Op proev.be vind je onder meer concrete tips, informatie en praktijkvoorbeelden rond hoe je leerdoelen en bijhorende succescriteria kunt formuleren en communiceren.

Bronnen

De inhoud in dit luik is gebaseerd op volgende bronnen:

  • Coussement, S. & Dejonckheere, P. (2024). Leidraad Onderwijs vanuit hoge verwachtingen. Stichting Leerpunt. Hertaling van Van den Bergh, L., Van Amerongen, M., Gunsch, R., Timmermans, M. & Timmermans, A. (2021). Leidraad Onderwijs vanuit hoge verwachtingen. Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.
  • De Smet, M., Bultheel, M., & Verachtert, P. (2024). Leidraad differentiatie: Samen naar de meet. Stichting Leerpunt. Vlaamse hertaling van Bosker, R., Durgut, F., Edzes, H., Jol, M., van Tuijl, C., & Van der Vegt, A. L. (2021). Leidraad differentiatie als sleutel voor gelijke kansen. Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.
  • Frijns, C. (26 februari 2021). Krachtig taalonderwijs en grote kansen in de klas van juf Femke. [Presentatie]. Lerend Netwerk.
  • Geudens, A., Schraeyen, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2021). Bouwstenen voor effectieve taaltrajecten. Praktijkgids voor taalondersteuning in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
  • Schiepers, M., Schutjes, E., Vansteenlandt, I., Loman, J., Timmermans, S., Imberechts, H., … Versteden, P.(2020). Volop taal. Didactiek Nederlands voor de lagere school. Gent: OWL Press.
  • Proev (z.d.) [Website over concrete werkvormen om evaluatiepraktijk en evaluatiebeleid te versterken]. www.proev.be.
  • Trioen, M., & Casteleyn, J. (2018). Extra kansen voor nieuwkomers: Wat werkt in leesonderwijs aan laaggeletterde anderstalige jongeren? Een praktijkgids voor lesgevers. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
Decoratieve ladder als symbool voor klimmen in taal en groeien in taalontwikkeling

3. Hoe zorg ik voor zowel ondersteuning als uitdaging in mijn les?

Decoratieve tak-illustratie als grafisch element op de Klim in Taal website
Decoratief driehoekig vormelement in donkerrood als grafische bladwijzer op de Klim in Taal website

Zo doen zij het

Decoratieve blauwe bliksemschichten als grafisch element voor de leeskamer van Klim in Taal

Wat kan ik doen?

Decoratief grafisch element met rode diagonale strepen in verschillende groottes, onderdeel van de visuele huisstijl van Klim

3.1 Geef iedereen een rijk leeraanbod

Een rijk en authentiek leeraanbod is belangrijk voor alle leerlingen. Minder (taal)sterke leerlingen hebben herhaling en ondersteuning nodig, maar blijven gemotiveerd en ontwikkelen hun taal beter met uitdagende opdrachten en een rijk taalaanbod.

Hoe maak je een rijke tekst toegankelijk voor minder taalsterke leerlingen?

Reik (voor)kennis aan: Bied leerlingen vooraf relevante achtergrondkennis en woordenschat aan, bijvoorbeeld via pre-teaching. Laat hen een eenvoudigere tekst over hetzelfde onderwerp of thema op voorhand lezen en oefen de woordenschat actief in.

Visualiseer: Gebruik een lay-out die de tekst verduidelijkt, met afbeeldingen, tussentitels en alinea’s. Laat ruimte in de kantlijn voor woordverklaringen of voeg een woordenlijst toe aan de tekst.

Pas op met al te vereenvoudigde teksten: Als ze weinig verbindings- en verwijswoorden bevatten, ontbreekt de logische, samenhangende structuur soms die we nodig hebben om teksten te begrijpen of om het leerdoel te bereiken.

Goed om te weten: Wil je strategiegebruik aanleren, kies dan een tekst die voor de meeste leerlingen moeilijk is. Zo is het voor iedereen waardevol om te leren welke leesstrategieën ze best selecteren voor tekstbegrip of om hun leesdoel te bereiken.

Witte muis die een blauwe kabel vasthoudt, decoratief illustratie-element voor de leeskamer van Klim in Taal

3.2 Gebruik een effectief instructiemodel

Getuigenis uit de praktijk:

“Enkele jaren geleden heerste er veel frustratie bij het team. Leerkrachten differentieerden zich te pletter tijdens hun lessen en toch zagen ze weinig leerwinst bij de leerlingen. Daarom hebben we als team beslist het roer om te gooien. We zetten de leerkracht als professional opnieuw centraal. Hij/zij start de les met een sterke klassikale instructie. Hiervoor gebruiken we het model van directe expliciete instructie. Leerlingen die het nodig hebben, krijgen aanvullend verlengde instructie. Wanneer de leerkracht merkt, na controle van begrip, dat ze het begrepen hebben, kunnen ze zelfstandig aan de slag. Onze leraren zijn verlost van die onmogelijke spreidstand en we merken dat we zo het merendeel van onze leerlingen meekrijgen. Voor die kleine minderheid die nog meer tijd nodig heeft, voorzien we individuele (taal)ondersteuning.”

– Sofie Lemarcq, ondersteunend directeur basisschool KBO Eine

Je leerlingen op een efficiënte manier ondersteunen, doe je met effectieve klassikale instructie. Dat betekent dat je leerlingen actief betrekt bij de leerstof die je hen aanbiedt, en dat ze veel ruimte krijgen voor interactie en vragen. Essentiële stappen daarbij zijn inoefenen en toepassen: koppel instructie over zinsbouw bijvoorbeeld meteen aan een schrijftaak waarin leerlingen aandacht moeten besteden aan goede zinnen formuleren.

Bouw jouw ondersteuning af via het GRRIM-model (‘Gradual Release of Responsibility’): in een eerste stap toon je voor hoe jij een taak uitvoert of een oefening oplost en verwoord je hardop welke denkstappen je hiervoor zet. Daarna oefen je de opdracht samen met je leerlingen in, om hen vervolgens in duo of kleinere groepen te laten oefenen. Geef bijkomende instructie indien nodig. Ten slotte laat je leerlingen zelfstandig inoefenen. Sluit je instructie af met een afrondende opdracht of reflectiemoment.

Driehoeksdiagram toont verantwoordelijkheid bij de leerkracht met instructie, begeleid inoefenen en samenwerken, en verantwoordelijkheid bij de leerling met 'Ik doe het', 'Wij doen het samen', 'Jullie doen het samen' en 'Je doet het zelf'. In het midden staat 'Individueel werken en reflecteren over strategie'

Expert aan het woord:

“Denk eraan dat te veel instructie kan overkomen als negatieve feedback: het voelt aan als een eindeloze lijst van wat je zou moeten of kunnen doen. Een overload, hoe goedbedoeld ook, maakt leerlingen hulpeloos en daagt ze te weinig uit. Zet je sterke leerlingen dus snel aan het werk en voorzie enkel bijkomende instructie voor wie het echt nodig heeft.”


– Lia Voerman, lector Didactiek van hoge verwachtingen

boom dat door 2 portalen gaat

3.3 Stem ondersteuning af op de noden van je leerlingen

Een voorbeeld van slimme ondersteuning voor taalonderwijs is convergent differentiëren: alle leerlingen werken naar hetzelfde leerdoel toe, maar krijgen aangepaste begeleiding. Een uitgebreid voorbeeld van deze vorm van ondersteuning in een leesles vind je in de leeskamer.

Laat leerlingen de extra ondersteuning zien als een kans om beter te leren en te groeien, niet als een straf. Help hen in te schatten welke ondersteuning ze nodig hebben en moedig hen aan om daarin keuzes te maken. Een handig instrument hiervoor is de hulpdriehoek.

Expert aan het woord:

“Met doordachte differentiatie geef je iedereen gelijke kansen. Je tilt het niveau van de groep die het moeilijk heeft naar omhoog zonder verwachtingen of leerdoelen te verlagen.”

– Katrien Struyven, expert didactiek en pedagogiek

Voorbeeld uit de klas: leerlingen bepalen ondersteuning

Lerares Mari legt uit: 

“Retrieval practice is het vertrekpunt. Met wisbordjes, een Kahoot-quiz of andere methodieken halen mijn leerlingen de kennis van vorige lessen naar boven. Zo kunnen ze inschatten bij welke groep ze best aansluiten: verlengde, korte of geen instructie. Iedereen werkt aan dezelfde doelen. Wie al heel ver staat, krijgt extra uitdagende oefeningen.”  (Bron)

Je ondersteuning kan er in elke les anders uitzien, afhankelijk van het leerdoel dat je wil bereiken en de noden van je leerlingen. Hieronder vind je enkele tips:

  • Geef leerlingen extra tijd om te (her)lezen, thuis of in de klas.
  • Werk bij complexe leerdoelen met tussendoelen om de motivatie hoog te houden.
  • Zet in op meer leerkansen via pre-teaching en verlengde instructie.
  • Zet in op extra herhaling en kansen om leerstof te automatiseren.
  • Bied hulpmiddelen aan als woordenschatlijsten (instructietaal, vaktaal, achtergrondkennis), schema’s voor spelling en grammatica, schrijf- en spreekkaders, of visuele ondersteuning. Hulpmiddelen zijn effectief als leerlingen ze nodig hebben om de opdracht zelfstandig uit te voeren. Bouw ze af zodra het kan.
  • Zet taalsterke leerlingen in als tutor: laat hen de stof uitleggen of feedback geven aan leerlingen die het moeilijker hebben met het leerdoel. Zorg ervoor dat elke leerling de kans krijgt om de tutorrol eens op te nemen, want dat kan minder snelle leerlingen motiveren en hun zelfvertrouwen versterken.
  • Daag je taalsterke leerlingen uit om hun taalvaardigheden te versterken met verdiepende oefeningen op hun maat. Houd er rekening mee dat ook zij soms nog bijkomende ondersteuning nodig hebben om zelfstandig te leren werken.

Expert aan het woord:

“Beschouw bijkomende instructie en ondersteuning niet als een vast gegeven dat je altijd aan dezelfde groep leerlingen aanbiedt. Zo voorkom je dat leerlingen hun zelfbeeld hieraan aanpassen. Zij kiezen dan sneller voor bijkomende instructie omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze dit nodig hebben, terwijl dat niet altijd zo is. Laat verlengde instructie dus niet altijd meteen aansluiten op klassikale instructie. Zet je leerlingen soms ook eens onmiddellijk aan het werk en observeer tijdens de opdracht wie nood heeft aan extra ondersteuning.”

– Lia Voerman, lector Didactiek van hoge verwachtingen

Voorbeeld uit de klas: Convergente differentiatie

Meester Davy geeft zijn vierde leerjaar de opdracht om een informele e-mail te schrijven met aandacht voor schrijfstijl:

De leerlingen schrijven een informele e-mail naar een vriend met de vraag of ze samen naar het schoolfeest kunnen rijden of de bus nemen. De e-mail moet vriendelijk zijn, met een duidelijke vraag en voldoende uitleg.

Minder taalsterke leerlingen kunnen bijkomende ondersteuning krijgen. Meester Davy kan voor hen tussendoelen formuleren, zoals eerst focussen op de opbouw van de e-mail door strookjes met delen van een e-mail te combineren. Via schrijfkaders die aanvulzinnen en woordenschat aanreiken, leren leerlingen stap voor stap zelf een e-mail schrijven.

Taalsterke leerlingen krijgen extra uitdaging: zij moeten experimenteren met de schrijfstijl van de e-mail. Zo schrijven ze een mail vanuit de rol van een boze ouder, een grootouder, een verliefde klasgenoot ….

Rode golvende lijn als decoratief scheidingselement voor de leeskamer van Klim in Taal

3.4 Bouw ondersteuning tijdig af

Monitor nauwlettend het leerproces van je leerlingen om te zien wat ze al kennen en kunnen. Zo kan je gerichte ondersteuning bieden en die ook tijdig afbouwen. Geef vooral in het begin voldoende instructie (klassikale instructie, eventueel aangevuld met pre-teaching of verlengde instructie) en zet bij de inoefenfase meer in op feedback en interactie als ondersteuningsmiddel. Daag in je feedback ook minder taalsterke leerlingen uit om hun leerproces te verwoorden en hen zo te sturen naar zelfstandigheid. Stel vragen, zoals: Hoe heb je dat gedaan?, Welke stappen heb je gezet?, Waardoor liep het fout?, Wat vond je zelf (minder) goed?, Wat zou je de volgende keer anders doen?.

In het luik “Hoe volg ik het leerproces van mijn leerlingen op?” vind je concrete tips om het leerproces van je leerlingen te monitoren.

touw dat door 2 portalen gaat

Meer inspiratie

  • Wil je de moeilijkheidsgraad van informatieve en verhalende teksten inschatten? Dit schema uit het boek Close reading. Werken aan dieper tekstbegrip in het basisonderwijs kan een handig instrument zijn.
  • Meer informatie en voorbeelden over convergente differentiatie vind je in de leidraad Differentiatie van Leerpunt.
  • Op de pagina ‘Omgaan met tempoverschillen’ van proev.be vind je praktijkvoorbeelden van ondersteuning in de klas.
  • Op zoek naar materiaal om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te ondersteunen? Op de pagina Iedereen telt mee van KlasCement vind je een uitgebreid aanbod.

 

Wil je je leerlingen ondersteunen om Nederlands te oefenen buiten de schooluren? Hieronder vind je enkele interessante links naar taalstimulerende vrijetijdsinitiatieven:

Bronnen

  • De Smet, M., Bultheel, M., & Verachtert, P. (2024). Leidraad differentiatie: Samen naar de meet. Stichting Leerpunt. Vlaamse hertaling van Bosker, R., Durgut, F., Edzes, H., Jol, M., van Tuijl, C., & Van der Vegt, A. L. (2021). Leidraad differentiatie als sleutel voor gelijke kansen. Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

  • De Wilde, B. (2024). Zit differentiatie in zwaar weer? Klasse.

  • Goossens, S. (2023). Hoge verwachtingen: “Bouw je instructie net op tijd af”. Klasse.

  • Houtveen, T. (2022). Monitor en differentieer. In Houtveen, T. & van Steensel, R. (red.) De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen (pp. 165-192). Utrecht: Eburon.

  • Pereira, C. & Rijckaert, H. (2021). Werken met rijke teksten voor beter leesbegrip en meer leesmotivatie. In Mottart, A. & Vanhooren, S. (red.). 35ste HSN-Conferentie (pp. 25-28). Gent: Skribis.

  • Proev (z.d.) [Website over concrete werkvormen om evaluatiepraktijk en evaluatiebeleid te versterken]. www.proev.be.

  • Van den Branden, K. & Vanbuel, M. (2024). Taal in de basisschool. 75 vragen over taalonderwijs en taalbeleid in het kleuter- en lager onderwijs. Kalmthout: Pelckmans.

Decoratieve ladder als symbool voor klimmen in taal en groeien in taalontwikkeling

4. Hoe volg ik het leerproces van mijn leerlingen op?

Decoratieve tak-illustratie als grafisch element op de Klim in Taal website
Decoratief driehoekig vormelement in donkerrood als grafische bladwijzer op de Klim in Taal website

Zo doen zij het

Decoratieve blauwe bliksemschichten als grafisch element voor de leeskamer van Klim in Taal

Getuigenis uit de praktijk:

“Omdat we werken met verschillende instructiegroepen houden we de ontwikkeling en het leerproces van elke leerling goed in de gaten. Leerlingen kunnen vlot veranderen van instructiegroep, waar ze de aangepaste ondersteuning en feedback krijgen. Zo houden we de verwachtingen hoog voor alle leerlingen.”

– Sven Van Grembergen, directeur basisschool Ursulinen

Wat kan ik doen?

Decoratief grafisch element met rode diagonale strepen in verschillende groottes, onderdeel van de visuele huisstijl van Klim

4.1 Maak verwachtingen helder

Zorg dat leerlingen weten wat je van hen verwacht door hen te betrekken als je de leerdoelen en succescriteria van een opdracht opstelt. Zo werken ze gerichter en gemotiveerder. Meer hierover vind je in het luik “Hoe kan ik werken met uitdagende leerdoelen?”
 

  • Gebruik voorbeelden: Laat leerlingen goede en minder goede voorbeelden vergelijken, bijvoorbeeld als ze een uitnodiging moeten schrijven. Bespreek samen wat werkt en stel kwaliteitscriteria op.
  • Werk met een stappenplan: Geef duidelijke stappen voor complexe taken, zoals spellingsregels toepassen. Illustreer de stappen met een uitgewerkt voorbeeld en laat leerlingen die stappen toepassen op nieuwe opdrachten. Een stappenplan biedt ook goede ondersteuning voor minder taalsterke leerlingen.
  • Modelleer: Toon luidop denkend hoe je zelf een opdracht aanpakt, zodat je denkstappen zichtbaar worden voor je leerlingen.

Voorbeeld uit de klas: Heldere verwachtingen

Juf Shanna vraagt haar vierdes om een uitnodiging voor een klasuitstap op te stellen:

Juf Shanna geeft haar leerlingen drie uitnodigingen voor een klasuitstap naar Brussel, die zowel sterke als zwakke punten bevatten. In duo’s overleggen de leerlingen welke uitnodiging ze zouden gebruiken en waarom. Klassikaal verzamelen ze kwaliteitscriteria voor de inhoud, vorm en stijl van een modeluitnodiging.

Vervolgens schrijft de klas zelf een uitnodiging voor een uitstap naar het Natuurhistorisch Museum. Het doel en de succescriteria staan op het bord, en de leerlingen werken volgens een stappenplan waarmee ze stapsgewijs hun teksten plannen, schrijven, evalueren en reviseren. Juf Shanna modelleert met een gelijkaardige uitnodiging, en doet luidop denkend enkele stappen voor als leerlingen die ondersteuning kunnen gebruiken.  Daarna overleggen en schrijven leerlingen per twee.

Feedbackmomenten zitten ingebouwd in elke fase, via klassikale feedback op tussentijdse versies, peer feedback en zelfevaluatie op basis van de succescriteria. Ook de leerkracht kan individuele feedback geven. Door feedback in elke stap te integreren, verbeteren leerlingen hun tekst doelgericht.

Witte muis die een blauwe kabel vasthoudt, decoratief illustratie-element voor de leeskamer van Klim in Taal

4.2 Ga na wat leerlingen al kennen en kunnen

Om het leerproces van leerlingen op te volgen, is het belangrijk dat je weet wat ze al onder de knie hebben en waar je nog kan bijsturen. Dat kan op verschillende manieren:

Observaties in de les

  • Gebruik sjablonen om lees- of schrijfgedrag te volgen.
  • Check via wisbordjes of een korte quiz veelgemaakte fouten en of alle leerlingen mee zijn met de nieuwe spellingsregels.
  • Laat leerlingen een exit ticket schrijven, bijvoorbeeld een berichtje aan een zieke klasgenoot waarin ze drie zaken uit de les in moeten verwerken. Of vraag hen zinnen te vormen met drie nieuwe woorden.

Toetsen

Vragenlijsten

Gesprekken

  • Praat een-op-een of in kleine groepjes om zicht te krijgen op de leesvaardigheid, leesvoorkeuren en leesmotivatie van je leerlingen. De website van SLO bundelt verschillende tips om leesgesprekken te voeren met je leerlingen.

Zelfmonitoring

  • Laat leerlingen hun vooruitgang bijhouden via beknopte formulieren of in een portfolio. Op pagina’s 69–79 van dit rapport vind je concrete voorbeelden van basisscholen die werken met een schrijf- en leesportfolio.
Blauwe golvende decoratieve scheidingslijn voor de leeskamer van Klim in Taal

4.3 Analyseer prestaties

Om te weten hoe je leerlingen het best kunt bijsturen, is het belangrijk dat je hun resultaten op formatieve, summatieve of gestandaardiseerde toetsen analyseert. Zo kom je te weten:

  • welke denkfouten je leerlingen nog maken;
  • aan welk stukje van de leerstof of aan welke deelvaardigheid je nog extra aandacht moet besteden;
  • welke leerlingen bijkomende ondersteuning nodig hebben.

Tip

Laat leerlingen na een toets of opdracht hun eigen voorbereiding, aanpak en antwoorden analyseren. Lees hier meer over hoe je dat kunt doen.

portaal naar bosrijke omgeving waar een vogel door stapt die een brief vast heeft

4.4 Geef gerichte feedback

Feedback helpt leerlingen vooruit en is een krachtig signaal over wat je van hen verwacht. Maar niet iedereen ervaart feedback op dezelfde manier. Hier delen enkele experten hun inzichten:

Expert aan het woord:

“Kansrijke leerlingen hebben meestal vanzelf het gevoel dat de leraar vanuit goede intenties feedback geeft en in hen gelooft. Kansarme leerlingen daarentegen worden vaker geconfronteerd met negatieve ervaringen als ze feedback krijgen op school, zoals lage verwachtingen of een minder warme sociale omgang bij feedbackgesprekken. Door die ervaringen kunnen kansarme leerlingen vaker een basishouding van wantrouwen ontwikkelen als ze feedback krijgen, waardoor de impact van de feedback aan kracht verliest.”

– Stijn Vanhoof en Geert Speltincx, experten effectieve feedback (De leraar. Vakmanschap in onderwijs, 2024).

Hoe ga je om met een negatieve houding tegenover feedback?

 

  • Modelleer je feedback: Toon hoe je feedback geeft op een oude schrijfopdracht en bespreek op basis van de kwaliteitscriteria hoe leerlingen hun tekst kunnen verbeteren. Laat ze eventueel ook zelf suggesties geven over hoe ze hun tekst op basis van die feedback zouden aanpassen. Zo ervaren leerlingen dat feedback nuttig is en dat de aanpassingen haalbaar zijn.
  • Wissel af tussen schriftelijke en mondelinge feedback: Geef je feedback op een schriftelijke oefening of taak? Overweeg dan om die feedback mondeling te formuleren. Zo laat je meer ruimte voor nuance en omkadering, en kun je inschatten hoe de leerling reageert op de feedback.
  • Doseer feedback: Te veel feedback op één moment kan overweldigend en ontmoedigend overkomen. Focus bij spreekopdrachten bijvoorbeeld op een aantal zaken die leerlingen meteen kunnen aanpassen, zoals meer oogcontact houden, en geef op een later moment feedback op aspecten die meer werk vragen, zoals opbouw. Bij schrijftaken kun je feedback in verschillende fases geven, zodat leerlingen telkens op één aspect kunnen focussen.
  • Schenk aandacht aan houding: Laat leerlingen in een formulier aanduiden hoe ze zich voelen bij de feedback die ze kregen. Een voorbeeld van zo’n formulier vind je hier.

Expert aan het woord:

“Onderzoek toont aan dat leraren die lagere verwachtingen koesteren tegenover bepaalde leerlingen, vaker sneller tevreden zijn met hun antwoord, ook al is het maar half goed, of zelfs fout. Natuurlijk doen leraren dat vanuit goede bedoelingen om die leerlingen te blijven motiveren. Maar het heeft een averechts effect, want leerlingen leren op die manier dat een foutief antwoord ook goed is. Een onterechte ‘goed zo’ heeft zo een negatief effect op het leren.”

– Lia Voerman, lector Didactiek van hoge verwachtingen

Hoe geef ik duidelijke feedback?

  • Benoem wat je leerling al goed doet en wat er nog beter kan. Dat kun je bijvoorbeeld doen met een rubric of one.
  • Koppel je feedback aan de leerdoelen en kwaliteitscriteria die je – eventueel samen met je leerlingen – opstelde en die voor alle leerlingen gelden. Focus op een kleinere set van criteria, zodat de feedback niet te overweldigend is.
  • Formuleer haalbare groeipunten voor je leerlingen en geef concrete tips om hun werk te verbeteren. Laat je leerlingen ook zien hoe ze met die tips aan de slag kunnen gaan als ze dezelfde opdracht herwerken of beginnen aan een nieuwe opdracht. Stuur eventueel bij als je merkt dat ze moeite ondervinden om de feedback toe te passen.

4.5 Voorzie groeikansen

Formatieve evaluatie helpt je om de noden van je leerlingen beter te begrijpen. Zo kun je gerichter ondersteunen. Lees in het luik “Hoe zorg ik zowel voor ondersteuning als uitdaging in mijn les?” meer over hoe je dat kunt doen. 

touw dat door 2 portalen gaat

Bronnen

De inhoud in dit luik is gebaseerd op volgende bronnen:

  • Education Endowment Foundation. (2021). Teacher feedback to improve pupil learning. London: Education Endowment Foundation.
  • Hebbrecht, J. & Vansteelandt, I. (2023). Van leerlingen lezers maken. Handboek voor krachtig leesonderwijs. Tielt: Lannoo.
  • Proev (z.d.) [Website over concrete werkvormen om evaluatiepraktijk en evaluatiebeleid te versterken].
  • Van den Branden, K. (2022). De 5 D’s van goede feedback. Duurzaam onderwijs.
  • Vanhoof, S. & Speltinckx, G. (2021). Feedback in de klas. Verborgen leerkansen. Tielt: Lannoo.
  • Vanhoof, S. & Speltinckx G. Feedback die aanzet tot leren. In Paul A. Kirschner & Tine Hoof (red.), De Leraar: Vakmanschap in onderwijs, 67–74. Huizen: Pica.
  • Voerman, L. & Faber, F. (2024). De verwarring over hoge verwachtingen. Stichting Leerkracht.
Decoratieve ladder als symbool voor klimmen in taal en groeien in taalontwikkeling

5. Hoe verdeel ik mijn klas in sterke groepen?

Decoratieve tak-illustratie als grafisch element op de Klim in Taal website
Decoratief driehoekig vormelement in donkerrood als grafische bladwijzer op de Klim in Taal website

Zo doen zij het

Decoratieve blauwe bliksemschichten als grafisch element voor de leeskamer van Klim in Taal

Wat kan ik doen?

Decoratief grafisch element met rode diagonale strepen in verschillende groottes, onderdeel van de visuele huisstijl van Klim

5.1 Pas de indeling regelmatig aan

konijn met muts op een schommel

Je klasindeling kan onbedoeld lage verwachtingen oproepen, zeker als je met vaste niveaugroepen werkt. Vaste niveaugroepen kunnen een stigmatiserend effect hebben en op termijn de prestatiekloof tussen sterkere en zwakkere leerlingen vergroten. Zowel bij niveaugroepen als heterogene groepen zijn er aandachtspunten waar je beter even bij stilstaat. Je leest hierover meer in de leidraad Differentiatie van Leerpunt.

Als je werkt met niveaugroepen is het belangrijk om de groepsindeling regelmatig te evalueren en aan te passen. Door de ontwikkeling van je leerlingen in kaart te brengen (zie ook het luik “Hoe volg ik het leerproces van mijn leerlingen op?”), krijg je een goed zicht op welke ondersteuning ze nodig hebben. Zo kunnen leerlingen wisselen wanneer hun noden veranderen.

boom dat door 2 portalen gaat

5.2 Wissel af tussen homogene en heterogene groepen

Samenwerkend leren is ook voor taal een effectieve werkvorm. Zowel (taal)sterke als minder (taal)sterke leerlingen halen voordeel uit een afwisseling tussen homogene en heterogene groepen. Belangrijk is dat alle leerlingen voldoende uitdaging krijgen en de leerstof diepgaand verwerken.

  • Heterogene groepen op basis van leernoden en interesse zorgen ervoor dat minder taalsterke leerlingen zich optrekken aan hun sterkere klasgenoten. Omgekeerd verdiepen sterke leerlingen ook hun taalcompetentie door peers te ondersteunen, bijvoorbeeld door een bepaalde spellingsregel te verwoorden.
  • Homogene groepen of niveaugroepen dagen leerlingen uit op hun competentieniveau. Taalsterke leerlingen moeten strategieën inzetten om een complexe opdracht tot een goed einde te brengen. Ondertussen ondersteunt de leerkracht een andere groep met verlengde instructie. Zo kan de leerkracht ook gerichte feedback geven.
  • Homogene groepen kunnen geregeld wisselen. Wie het leerdoel heeft bereikt, kan de volgende les in een ander niveaugroepje zitten. Een indeling volgens persoonlijke voorkeuren verhoogt hun betrokkenheid en intrinsieke motivatie. Een regelmatige afwisseling tussen beide groeperingen versterkt alle leerlingen.

Voorbeeld uit de klas: Heterogene groepen in de leesles

Juf Yasmina zet tijdens haar lessen taal vaak in op samenwerkend leren. Voor deze leesles kiest ze voor heterogene groepen op basis van de noden van haar leerlingen en de leerdoelen. Ze kiest een rijke tekst voor de leerlingen om mee aan de slag te gaan en stelt vervolgens heterogene duo’s samen op basis van leesniveau. Het duo leest vervolgens samen de tekst, waarbij de sterke leerling een zwakkere leerling helpt om tot beter tekstbegrip te komen. Ze moedigt dit aan op de volgende manier:          

  • De duo’s lezen om de beurt een alinea luidop aan elkaar voor om te oefenen op vloeiend lezen.
  • Na het lezen stellen de sterke lezers enkele begripsvragen over de tekst om het tekstbegrip te toetsen en te helpen waar nodig (bijvoorbeeld moeilijke woorden uitleggen, sleutelwoorden verduidelijken,…).

Juf Yasmina gaat nauwlettend na of de leerlingen elkaar op een constructieve manier helpen. Ze traint tijdens deze momenten ook sterkere lezers om goede begripsvragen te stellen.

Voor een bijkomende leesopdracht wil Juf Yasmina opnieuw sterke en zwakkere lezers met elkaar laten samenwerken. Via rollenkaarten geeft ze leerlingen verschillende rollen om ook zwakkere lezers actief te betrekken bij de opdracht en zo vaste rollenpatronen te doorbreken.  Zo wijst ze verschillende taken toe aan een voorzitter, een denker en een schrijver, die elkaar helpen waar nodig. Op die manier levert iedereen een eigen bijdrage aan het eindproduct via een gedeelde verantwoordelijkheid. Minder taalsterke leerlingen krijgen een spreek- of schrijfkader ter ondersteuning.

Voorbeeld uit de klas: Lezen in homogene groepen volgens interesse

Juf Yasmina stelt soms ook groepen leerlingen samen op basis van interesse. Deze keer werkt ze met homogene duo’s. Ze verhoogt hun motivatie door rijke teksten te kiezen met een gelijkaardige complexiteit over verschillende thema’s.

Op voorhand stelt ze een korte vragenlijst op over vier thema’s waaruit leerlingen kunnen kiezen. Voor elk thema onderzoeken de leerlingen samen een prikkelende vraag.

  • Technologie en wetenschap: zal je ooit met dieren kunnen praten?
  • Kunst en cultuur: kunnen gebouwen muziek maken?
  • Sport en gezondheid: hoeveel boterhammen eet een topsporter op één dag?
  • Natuur en milieu: hoeveel dieren wonen er stiekem in jouw tuin?

Nadat de leerlingen een thema hebben gekozen, stelt ze homogene duo’s samen. Sterke lezers daagt ze extra uit met een bijkomende tekst over hetzelfde onderwerp, terwijl ze samen met de moeilijkere lezers werkt aan leesbegrip.

touw dat door 2 portalen gaat

Meer inpiratie

  • Meer weten over hoe je tutorlezen als methodiek kan inzetten in de klas? In de leeskamer lees je er meer over.
  • Bij de aanbeveling ‘Groepeer flexibel’ in de leidraad Hoge verwachtingen vind je activiteiten om stil te staan bij je klasindeling, samen met een praktijkvoorbeeld voor flexibel groeperen.

Bronnen

De inhoud in dit luik is gebaseerd op volgende bronnen:

Decoratieve ladder als symbool voor klimmen in taal en groeien in taalontwikkeling

6. Hoe zet ik in op een positief klasklimaat?

Decoratieve tak-illustratie als grafisch element op de Klim in Taal website
Decoratief driehoekig vormelement in donkerrood als grafische bladwijzer op de Klim in Taal website

Zo doen zij het

Decoratieve blauwe bliksemschichten als grafisch element voor de leeskamer van Klim in Taal

Wat kan ik doen?

Decoratief grafisch element met rode diagonale strepen in verschillende groottes, onderdeel van de visuele huisstijl van Klim

6.1 schep een band met je leerlingen

Als leerlingen voelen dat je om hen geeft en naar hen luistert, groeit hun zelfvertrouwen. Duidelijke verwachtingen zorgen voor een positieve en respectvolle klas.

Wil je leesmotivatie versterken? Niet alle leerlingen lezen graag uit zichzelf. Creëer dan verbinding door in te spelen op interesses, hen vertrouwen te geven en heldere doelen te stellen. Hieronder vind je enkele praktische tips.

Voorbeeld uit de klas: De boekentafel

Leer je leerlingen kennen en stem het boekenaanbod af op hun interesses. Vraag medewerkers van de schoolbibliotheek om mee te zoeken naar passende titels.

In de kring staat een boekentafel met boeken die wekelijks veranderen. De eerste maand kies je recente titels die aansluiten bij de leefwereld en het leesniveau van je klas of boeken die vorig jaar goed scoorden. Ondertussen breng  je de interesses van je leerlingen in kaart: wat boeit hen? Welke hobby’s en onderwerpen houden hen bezig?

Met de klaslijst zoek je samen met de bibliotheekmedewerker boeken op maat. Leerlingen mogen ook zelf boeken aanraden en delen in de kring. Vanaf nu speel je daarop in: wekelijks toon je boeken uit een breed aanbod van fictie en non-fictie. Je kan interactief voorlezen, gesprekken openen over hun interesses, prenten tonen en vragen stellen. Benadruk ook het belang van lezen om de wereld te ontdekken.

boom dat door 2 portalen gaat

6.2 Maak van fouten leermomenten

Een klas is de plek bij uitstek waar fouten maken mag. Gelijke leerdoelen voor alle leerlingen, een specifieke ondersteuning en samenwerken in heterogene groepen, zorgen samen voor een groot leereffect. Bovendien verhoogt fouten durven maken de motivatie en succeservaringen van de leerlingen. Leerkrachten die dat erkennen en fouten als leermomenten zien, helpen leerlingen groeien.

Voorbeeld uit de klas: Feedback op een schrijfopdracht

Meester Jelle geeft de volgende opdracht: “Sport en spel. Schrijf een instructie waarin je een oefening of spelregel in drie stappen uitlegt en daarna een tip geeft om het beter te doen.”

Meester Jelle bouwt de schrijfles op volgens enkele principes van effectieve schrijfdidactiek: hij start met enkele sterke modelteksten, formuleert succescriteria van het genre, zet in op een grammaticales over de gebiedende wijs (stam!), maakt samen een schrijfplan op, modelleert en geeft feedback op de brainstormfase.

In deze fase schrijven leerlingen de tekst. Meester Jelle denkt hardop na en toont zo hoe ze dat kunnen aanpakken. Daarna krijgen de leerlingen schrijftijd, maar hun tekst hoeft na dit moment nog niet ‘af’ te zijn.

Na een tijdje vraagt meester Jelle: “Wie wil tips krijgen om zijn eerste tekst nog te versterken?” Daarvoor projecteert hij Norahs tekst op het bord.

<< peroet

  1. eerst sta aan de bar vierde poozisie en rug recht
  2. dan moet je op de toppen van de tennen en armen eerste poozisie voet naar knie
  3. en draaien zachtjes landen

TIP: niet snel zijn maar soepel zijn >>

Meester Jelle vraagt: “Kunnen we Norah nog vragen stellen om haar tekst duidelijker te maken?” Hij peilt naar tips om de boodschap van de tekst beter over te brengen. Leerlingen overleggen in duo’s en geven suggesties, zoals: Over welke sport gaat het? en Waar doe je dit?. Zo komen suggesties naar voren om de titel te herwerken en om de dansstudio te verwerken in de tekst. Er wordt ook een werkwoord gekozen om duidelijk te maken wat er met de armen moet gebeuren.

Daarna werken de leerlingen per twee aan de eigen teksten. Ze stellen elkaar vragen en doen verbetersuggesties. Nadien kan meester Jelle een tweede feedbackronde richten op spelling en grammatica.

Er is een open cultuur van fouten maken; de focus ligt op groei.

6.3 Betrek de gemeenschap

Ouders, familieleden en buren betrekken bij de school versterkt het leren en de relatie met de leerlingen. Door ouders beter te leren kennen, krijgen leerkrachten inzicht in de thuissituatie, wat helpt om vooroordelen te nuanceren. De interesses en talenten van ouders en grootouders kunnen worden ingezet voor gastlessen, presentaties, feesten en de inrichting van de klas.

Voorbeeld uit de klas: “De Letterbek”

Zet in op de gemeenschap van de school: betrek buren en grootouders

In Vrije Basisschool De Wegelink in Vichte lezen vijfde- en zesdejaars tweewekelijks met buurvrouwen Riet en Veerle. Tijdens de middagpauze trekken ze samen met een groepje naar de bibliotheek, eten ze hun boterhammen en duiken ze daarna in verhalen. Veerle en Riet: “Tijdens een cursus bij Het Lezerscollectief ontstond het idee voor ons project De Letterbek: samen met tieners goed verteerbare verhalen lezen. We kiezen een fragment, kortverhaal of gedicht uit en laten de leerlingen om de beurt voorlezen. Zo leidde Een leugentje om bestwil van Peter Van Gestel tot een boeiend gesprek over goedbedoeld liegen.

Getuigenis uit de praktijk:

Bij het begin van elk schooljaar start VBS De Wegelink met een bijzonder oudercontact. Directeur Kathleen vertelt over de succesvolle aanpak: 

“Wat moeten wij als school van jouw kind weten zodat het een goede start kan maken? In plaats van ouders te informeren over de school, praten onze leerkrachten en ouders over de interesses en het karakter van de leerling. Wat zijn de eigenschappen, bezorgdheden, grote dromen of verwachtingen?  Waar houden ze van? Waar botsen ze tegenaan? Ouders krijgen een vragenlijst die ze kunnen invullen ter voorbereiding, maar meestal is het een spontaan gesprek. Zo kunnen we een echte band creëren met het kind en worden we echte partners.”

De school noemt dit een omgekeerd tienminutengesprek: de informatiestroom wordt als het ware omgekeerd. De leerkracht wil in eerste instantie niet de prestaties bespreken, maar het kind zelf van dichtbij leren kennen. Hierdoor is het eerste contact tussen ouders en leerkrachten heel positief, wat de latere communicatie bevordert.

touw dat door 2 portalen gaat

Meer inspiratie

  • Verbinding met je leerlingen komt ook tot uiting in hoe je met hen communiceert. Tips om al je leerlingen bij activiteiten te betrekken tijdens interactiemomenten vind je in het luik “Hoe haal ik meer uit de interactie met leerlingen?”.
  • Als leraar werk je ook aan warme relaties door de talige diversiteit van je leerlingen te omarmen. Hieronder vind je enkele bronnen om als school om te gaan met meertaligheid:
    • Op Brussel vol Taal en Meertaligheid.be vind je praktijkverhalen en tips om een aanpak rond meertaligheid op school uit te werken.
    • Wil je inzetten op communicatie met anderstalige ouders? Hier vind je een verzameling van materialen om mee aan de slag te gaan, net als een talenpaspoort dat ouders met hun kinderen kunnen invullen en dat tips en inzichten biedt rond taalleren.
  • Hier vind je een vragenlijst (gelinkt aan de leidraad ‘Hoge verwachtingen’ van Leerpunt) om je leerlingen te bevragen over hoe zij het klasklimaat ervaren.

Bronnen

Zoeken

Gedetailleerde illustratie van fantasierijke taalboomhut met verschillende kamers verbonden door ladders en bruggen. Diverse dieren bewonen de boom: vogels, eekhoorns, beren en andere dieren. Basis is roze boomstam met ladder.

Geef jouw feedback!

Onze taalboomhut viert binnenkort z’n eerste verjaardag! 🎂

Om jullie nog vlotter te laten klimmen in taal, peilen we graag naar jullie ervaring met onze website.

  • Vul de bevraging in via de onderstaande knop.
  • Geef op het einde ook je e-mailadres mee.
  • Maak kans op een boekenbon t.w.v. €100 voor op school!

kick-off van Klim in taal

Op maandag 2 juni gaf het Vlaams Talenplatform samen met het team van basisschool  Klim-Op (Sint-Truiden) het startschot voor Klim in taal. Het was een namiddag vol taal- en klimplezier! Minister van Onderwijs Zuhal Demir rolde de klimladder mee uit!

Ontvang onze nieuwsbrief!

Wij verwerken je gegevens volgens ons privacybeleid.