Welkom in de
schrijfkamer!

In de schrijfkamer creëren de leerlingen magie met hun veren.

Elke veer ziet er anders uit en schrijft anders, en dat maakt het voor jou net zo boeiend. Hier pennen ze, na veel oefenen, de leukste zinnen neer en sturen ze hun mooiste brieven naar alle uithoeken van het bos en ver daarbuiten.

Zo worden ze snel beste maatjes met skatende eekhoorns, stoere beren en hippe vogels.

Collagebeeld voor de schrijfkamer: typemachine, stapel boeken, pen, verfrommeld papier en teksten over herschrijven als symbo
gans met gele bril die een veer vast heeft om mee te schrijven
Schrijven is een gans avontuur – paginatitel van de schrijfkamer op Klim In Taal
kuiken op een springveer

Op deze pagina vind je een voorbeeldles met uitgewerkt lesmateriaal. Benieuwd hoe je ermee aan de slag gaat? Klap dan hieronder de verschillende lesfases van het uitgeschreven praktijkverhaal open en leer hoe juf Anna de didactische principes gebruikt om een stevige schrijfkamer in haar taalboomhut te maken.

Meer zin om meteen de theoretische achtergrond te verkennen? Onder het praktijkverhaal vind je uitleg bij de wetenschappelijk onderbouwde principes die in het verhaal aan bod komen en gerichte vragen bij die principes. Dé ideale tools om jouw taalboomhut te verstevigen en uit te breiden.

Helemaal onderaan op deze pagina vind je een overzicht van verschillende lesactiviteiten om aan de slag te gaan met sterk schrijfonderwijs. Laat je inspireren door de activiteiten die het beste aansluiten bij de behoeften van jouw klas of school.

Kom binnen, het verhaal begint hier!

Blauwe golvende decoratieve scheidingslijn voor de leeskamer van Klim in Taal

Praktijkverhaal

Hier lees je het praktijkverhaal van juf Anna. De iconen laten zien welke didactische principes aan bod komen. Rechts vind je veelgestelde vragen en verwijzingen naar handige informatie binnen en buiten onze taalboomhut. Klik op een icoon om direct naar de principes en de vragen te gaan.

Download de leidraad bij het praktijkverhaal. Zo heb je een overzicht in de hand tijdens je les. Het uitgebreide praktijkverhaal met extra tips en uitleg vind je hieronder.

papieren vliegtuig
Achtergrond

Juf Anna werkt rond informatieve teksten en wil de leerlingen laten ervaren hoe taal de wereld om ons heen betekenis geeft. Dat wil ze haar leerlingen laten ervaren door samen met hen van de klas een museum te maken tijdens de opendeurdag. De leerlingen onderzoeken duidingstekstjes tijdens een museumbezoek. Voor veel kinderen in de klas van juf Anna is dat hun eerste museumbezoek.

In het museum ontdekken ze wat een goede korte informatieve tekst is. Ze staan dus niet alleen stil bij wat ze kunnen leren in een museum, maar ook bij wat er nodig is om informatie goed over te brengen. Ze leren over de opbouw en stijlkenmerken: kernachtige beschrijvingen, boeiende details, objectieve toon.

Ze schrijven een duidingstekstje voor een zelfgekozen voorwerp van thuis dat veel voor hen betekent. De teksten worden opgesteld, herwerkt en verbeterd in verschillende rondes, zodat herhaald schrijven een natuurlijke plaats krijgt in de les.

Tijdens deze les doet juf Anna aan expliciete strategie-instructie. Voor elke lesfase benoemt en toont juf Anna expliciet wat ze van haar leerlingen verwacht en wat het belang is van de schrijfstrategie. Zo leren de leerlingen niet alleen deze specifieke opdracht uitvoeren, maar ook hoe ze volgende schrijfopdrachten binnen en buiten de school kunnen aanpakken.

Voorkennis activeren

Juf Anna start met een klasgesprek om de voorkennis van haar leerlingen te activeren.

  • Wat is een museum? Ben je al eens in een museum geweest? Of loop je er soms voorbij? Wat kun je allemaal zien in een museum?
  • Over wat of wie zou jij graag een museum bezoeken? Wat maakt iets museumwaardig? Waarom krijgen sommige voorwerpen een plakkaatje?
  • Kunnen we onze eigen school zien als een museum? Welke plekken of voorwerpen vinden we belangrijk, grappig, bijzonder? Wat zou een bezoeker hierover moeten weten?
  • Wat weten we over hoe zulke museumtekstjes geschreven worden?

Aan dat klasgesprek kan Juf Anna heel wat woordenschat vasthaken (museum, tentoonstelling, kunst, kunstenaar, geschiedenis, erfgoed …). Die woordenschat verwerkt juf Anna met de praktische tips uit de woordenschatkamer.

Juf Anna legt het schrijfdoel vast.

Jullie weten dat het voor de vakantie opendeurdag is op onze school. Ik heb jullie nodig om van onze klas een museum te maken voor al onze bezoekers. Dat gaan we doen door duidingstekstjes, dat zijn korte informatietekstjes, te schrijven bij voorwerpen die jullie van thuis meebrengen. De tekstjes hangen we op tijdens de opendeurdag. Zo laten we de bezoekers kennismaken met onze klas.

Juf Anna overloopt het schrijfstappenplan. Dat is opgedeeld volgens de stappen ‘ik denk, ik schrijf, ik reviseer’. Het stappenplan hangt als poster op in de klas met alle hulvragen erbij. De leerlingen hebben een kleine versie in hun schrijfboekje zitten. Zo kunnen ze altijd controleren bij welke stap ze zitten en wat er van hen verwacht wordt.

Kijk even allemaal naar jullie stappenplan. Dat plan gaan we moeten volgen als we een goede tekst willen schrijven. De eerste stap is ‘Ik plan.’ Eerst moeten we goed nadenken over wat we willen vertellen en hoe we dat gaan doen, daarna schrijven we. Zijn we dan klaar?

Nee, jullie weten al dat een tekst niet in één keer wordt geschreven. We moeten die even laten rusten, opnieuw lezen, en opnieuw schrijven.

Heldere verwachtingen stellen

Ons doel staat al op het bord. Jullie schrijven een museumtekstje bij een voorwerp dat jullie zelf kiezen. Zo stellen we onze klas voor aan de bezoekers van de opendeurdag. We maken een echt museum van onze klas!

Om te weten hoe zo’n tekstje er moet uitzien, bekijken we een paar goede voorbeelden en denken we hardop na over hoe die zijn opgebouwd.

Juf Anna bezoekt met haar leerlingen elk jaar een lokaal museum. Daar staan ze niet alleen stil bij wat ze er kunnen leren, maar ook bij hoe die informatie wordt verteld, wanneer die informatie goed wordt overgebracht en wanneer niet.

Terug in de klas projecteert Juf Anna voorbeelden uit het museum als modelteksten en bespreekt die samen met haar leerlingen:

  • Wat staat er allemaal in zo’n tekstje? De naam van het voorwerp en van de kunstenaar, de plaats waar het gemaakt is, hoe het voorwerp eruit ziet en welke kleuren of vormen opvallen, wat het kunstwerk speciaal maakt, …
  • Hoe lang is zo’n tekstje eigenlijk? Het mag niet te lang zijn, want dan wordt het saai, maar er moet ook genoeg informatie in staan om het kunstwerk beter te begrijpen.
  • Hoe kunnen we ons tekstje boeiend maken? We zien hier bijvoorbeeld leuke weetjes staan over het voorwerp.
  • Wat valt er op aan de zinnen in het tekstje? Ze zijn niet te lang, zodat we het tekstje makkelijk kunnen lezen.

Naast de inhoud, bespreekt juf Anna ook de vorm en de grammatica met haar leerlingen.

Welke zinnen vind je erg goed? Welke zinnen zou je aanpassen? Kun je uitleggen waarom?

Juf Anna projecteert dan de rubric die gebruikt zal worden om de tekstjes te beoordelen. Samen met haar leerlingen overloopt ze de rubric en koppelt ze de criteria nog eens terug naar de modelteksten.

Door samen de modelteksten te bestuderen, legt juf Anna samen met de leerlingen de succescriteria voor de korte informatieve tekst vast. De leerlingen weten aan welke eisen hun teksten moeten voldoen om goede duidingsteksten te zijn.

Juf Anna bouwt de les op volgens het GRRIM-model (Gradual Release of Responsibility Instruction Model), een effectieve aanpak om bijvoorbeeld lees- en schrijfstrategieën aan te reiken. Door eerst voor te doen hoe zij een deel van de schrijfopdracht aanpakt en daarna steeds meer aan de leerlingen over te laten, leren ze hun schrijfproces stap voor stap zelf te reguleren. Haar lesopbouw ziet er als volgt uit:

Ik doe het voor

Juf Anna modelleert wat ze van haar leerlingen verwacht. Door hardop denkend te schrijven en alle denkstappen te doorlopen, laat ze zien hoe je een tekst opbouwt, wat je doet en waarom. Zo ontdekken je leerlingen waarom een strategie werkt en hoe ze een sterke tekst kunnen schrijven.

In deze fase is alleen juf Anna aan het woord, zodat zij alle touwtjes in handen heeft. Zo zorgt ze ervoor dat alle leerlingen het proces goed kunnen volgen, dat bespaart haar op lange termijn veel tijd. Juf Anna kondigt aan dat ze in deze fase zal modelleren, zodat alle leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt.

Nu ga ik even modelleren. Dat betekent dat ik dit ik toon en vertel wat ik doe. Let dus goed op, want straks is het aan jullie.

Als ik wil beginnen met een duidingstekstje, moet ik eerst bedenken wat ik allemaal wil vertellen. Wat is belangrijk om te weten over mijn koffiemok? Misschien dat hij een beetje beschadigd is aan de rand. Maar, is dat belangrijk voor de lezer? Het kan wel leuk zijn om te vertellen, maar ik moet ook bedenken of het niet teveel afleidt van het belangrijkste, namelijk waarom ik deze mok zo speciaal vind.

Het belangrijkste vind ik om te vertellen dat ik de mok van mijn oma gekregen heb. Dat schrijf ik al op. Ik schrijf ook op dat ik er elke dag koffie uit drink. Dat de mok wat beschadigd is, schrijf ik niet op. Dat ga ik weglaten.

De mok is gemaakt in Mielno, het dorpje aan de kust van Polen waar mijn oma geboren is. Daar heb ik nog veel herinneringen aan als ik de mok gebruik. Niet alle lezers zullen weten waar Mielno ligt. Ik vind het belangrijk om daar wat meer uitleg over te geven. Ook dat schrijf ik dus op.

Juf Anna rondt de modelleerfase af door met haar leerlingen samen te vatten welke stappen ze heeft gezet, en waar ze extra aandacht aan heeft besteed. Zo kunnen haar leerlingen die kennis makkelijker vertalen naar hun eigen schrijfproces in de volgende fasen.

Al in de eerste fase van het schrijven laat juf Anna duidelijk zien dat je niet zomaar begint met schrijven. Ze denkt eerst na over wat de lezer moet weten, en wat ze in haar tekstje zal zetten. Door bij elke stap goed na te denken, en je tekst te herschrijven, maak je een sterke tekst.

Wij doen het samen

De leerlingen gaan samen met juf Anna aan de slag. Aan de hand van de informatie die juf Anna heeft opgeschreven, schrijven ze samen een tekstje over de mok die ze meebracht. Na het modelleren mogen de leerlingen nu dus zelf input geven.

Via interactie ervaren ze hoe ze een strategie effectief kunnen inzetten. Ze vraagt de leerlingen mee te denken en stuurt bij door gerichte vragen te stellen:

Ik weet nu wat ik wil vertellen over de mok. Maar hoe maak ik daar een tekstje van? We moeten nu goed nadenken over hoe we het willen vertellen.

Ik schrijf: “Dit is een koffiemok.” Is dat een goede zin om mee te beginnen? Kijk eens naar de succescriteria van een goed duidingstekstje.

Klopt, het is belangrijk dat onze lezers nieuwsgierig gemaakt worden. Dat doen we niet met deze zin. Hoe kan ik mijn lezer nieuwsgierig maken? Ja, door iets verrassends te vertellen of door een vraag te stellen. Ik probeer het opnieuw. “Ooit al Poolse koffie gedronken?” Dat klinkt al veel beter!

Hoe kunnen we deze zin duidelijker maken? Is dit het juiste woord?

Op die manier ervaren leerlingen al hoe herschrijven werkt vóór ze zelfstandig aan de slag gaan.

Jullie doen het samen

Daarna werken de leerlingen in kleine groepjes of in duo aan een duidingstekst bij een ander voorwerp in de klas. Door samen te werken, onderhandelen leerlingen over de stappen die ze zetten, en leren ze van elkaar.

Jij doet het zelf

In de volgende fase schrijven de leerlingen hun eigen tekst om te gebruiken in het klasmuseum. Ze brengen zelf een voorwerp mee naar de klas dat veel voor hen betekent en waar ze wat meer uitleg bij willen geven. Ondertussen kennen ze het schrijfproces goed. Met behulp van het schrijfstappenplan en het schrijfkader gaan ze op dezelfde manier te werk als juf Anna tijdens de modelleerfase.

Wanneer de tekstjes klaar zijn, lezen de leerlingen hun tekst hardop aan elkaar voor. Daarna wisselen ze hun blad en lezen elkaars duidingstekst in stilte. Ze geven elkaar feedback met behulp van de rubric en de bijhorende aanvulzinnen. Leerlingen noteren minstens twee punten die ze zullen herwerken in hun tekst.

Juf Anna loopt rond en stelt vragen om het feedbackproces te sturen:

Welke feedback heb je gekregen? Begrijp je de feedback?

Hoe heb je dat aangeduid en opgeschreven?

Hoe ga je je tekst beter maken?

Door bij de verschillende groepjes langs te gaan, hoort ze waar de terugkerende verbeterpunten liggen. Door patronen in het schrijfwerk te herkennen, kan juf Anna efficiënter feedback geven die relevant is voor de hele klas, wat tijd bespaart en de effectiviteit verhoogt.

Juf Anna benadrukt voor haar leerlingen van het belang van feedback in het schrijfproces:​

Schrijven is een proces waarbij we steeds kunnen groeien en verbeteren. Feedback helpt ons om te zien wat al goed gaat en waar we nog aan kunnen werken. Vandaag gaan we elkaar helpen om onze duidingsteksten nog sterker te maken.

Ze legt met het schrijfstappenplan uit dat schrijven ook opnieuw schrijven is, en dat je je tekst soms moet aanpassen, aanvullen of delen moet schrappen om een goeie tekst te maken.

Juf Anna volgt met haar leerlingen het schrijfstappenplan. Op dit moment hebben de leerlingen twee stappen doorlopen. Nu is het belangrijk om te reflecteren en te herschrijven op basis van feedback.

Ze projecteert enkele tekstjes en leest ze voor. De leerlingen raden over welk voorwerp het zou kunnen gaan.

Dat raadspel koppelt juf Anna aan de succescriteria voor een goede duidingstekst die ze in de eerste lesfase met haar leerlingen heeft besproken.

  • Wat heb je geleerd van dit tekstje?
  • Kun je de belangrijkste informatie samenvatten?
  • Wat vond je interessant aan het voorwerp?
  • Heb je alle antwoorden gekregen op wie, wat, waar, wanneer en waarom?
  • Vond je de manier waarop het tekstje geschreven was duidelijk?
  • Zou je iets willen weten of leren over dit voorwerp dat niet in het tekstje stond?

Na de feedback duiden de leerlingen in hun eerste versie aan wat al goed zit en wat ze dus behouden, en wat ze nog moeten aanpassen om hun teksten beter te maken.

Wanneer de leerlingen hun tekstjes herschreven hebben, staat juf Anna nog met hen stil bij het schrijfproces.

  • Wat vond je het leukste aan het schrijven van dit tekstje?
  • Wat heb je geleerd uit de feedback die je kreeg?
  • Was er iets dat je moeilijk vond tijdens het schrijven? Hoe heb je dat opgelost?
  • Wat zou je de volgende keer anders doen?
  • Wat vind je van je uiteindelijke tekstje, tegenover je eerste versie?
  • Wat heb je geleerd over de manier waarop je een tekst schrijft?
  • Hoe heb je ervoor gezorgd dat je tekst duidelijk was voor je lezer?
  • Wat zou je nog willen verbeteren aan je tekst? Heb je daar ideeën voor?
  • Waarom denk je dat het belangrijk is om te letten op wat je wel en niet vertelt in een tekst?

Tijdens deze opdracht leerden de leerlingen het schrijfstappenplan gebruiken. Juf Anna hangt het op in de klas en drukt het af voor haar leerlingen, zodat die er tijdens volgende schrijftaken naar kunnen teruggrijpen.

Voor de opendeurdag worden de plakkaatjes afgedrukt en bij de voorwerpen van de kinderen geplaatst, zodat ouders en bezoekers het klasmuseum kunnen bewonderen. Tijdens de opendeurdag vertelt juf Anna over haar klas en de schrijfopdracht.

  • Lesmateriaal
    Hier kan je het lesmateriaal bij het praktijkverhaal downloaden. Het schrijfstappenplan bestaat in twee formaten: een uitgebreide versie om in groot formaat af te drukken en op te hangen, en een versie in bladwijzerformaat. Die past perfect in de schriftjes van je leerlingen!

Didactische principes

ster

Schrijven speelt een grote rol in onze samenleving. Wie vlot schrijft, kan informatie en ideeën helder overbrengen. Maar het gaat verder dan dat: leerlingen die regelmatig schrijven, worden ook betere lezers. Schrijven in de klas is dus meer dan een taalopdracht – het is een touwladder naar succes op school en daarna. Dat vraagt een sterke en doordachte aanpak voor schrijven.

Hieronder vind je een overzicht van de didactische principes die toegepast worden in het lesmateriaal. Met veel principes zul je al vertrouwd zijn, al hebben ze hier misschien een andere naam of worden ze net iets ander ingevuld. In onze taalboomhut bundelen we inzichten uit de talrijke handboeken, praktijkgidsen en wetenschappelijke studies. Een boom waardoor je het bos weer ziet!

De principes zijn de tools die je kunt inzetten om de taalvaardigheid van je leerlingen uit te breiden en te verstevigen en hen steeds hoger te laten klimmen in taal.

Stel je voor: je schrijft uren aan een liefdesbrief. Je structureert, schrijft, schrapt en herschrijft tot je eindelijk tevreden bent over het resultaat. Maar net wanneer de brief in de rode postbus glijdt, merk je dat je bent vergeten om er een postzegel op te plakken. Al dat geschrijf voor niets, want de brief zal nooit toekomen. Niets zo demotiverend.

Voor je leerlingen is dat net hetzelfde. Leerlingen raken gemotiveerd wanneer ze ervaren dat het schrijven er écht toe doet, dat hun woorden een echt publiek bereiken, dat hun tekst een impact kan hebben. Schrijven is erg ingewikkeld omdat je meerdere vaardigheden tegelijk gebruikt. Een duidelijk doel en een rijke context helpen om beter en efficiënter te schrijven.

Met dit principe reik je je leerlingen een landkaart aan die overzicht biedt en waardoor het doel glashelder is. Leerlingen die schrijven in een rijke context en met een betekenisvol doel voor ogen hebben niet alleen meer plezier, ze worden ook sneller vertrouwd met het schrijfproces en leren hoe ze dat zelf kunnen monitoren om tot een sterk resultaat te komen.

Maar hoe doe je dat? Hieronder lijsten we een aantal veelgestelde vragen op bij betekenisvol schrijfonderwijs.

Veel schrijven is belangrijk, maar het is niet de enige sleutel tot succes. Schrijven vraagt om heel wat meer: leerlingen moeten nadenken over het doel en tekstgenre, ideeën verzamelen en ordenen, en rekening houden met een lezer die vaak niet aanwezig is tijdens het schrijven. Daarnaast moeten ze kritisch naar hun eigen werk kunnen kijken en hun schrijfproces steeds verbeteren.

Dat is een flinke uitdaging, maar met de juiste tools kunnen leerlingen de kunst van schrijven onder de knie krijgen. Om hun taalboomhut te kunnen bouwen, hebben leerlingen een Zwitsers zakmes aan vaardigheden nodig.

Om goede schrijvers te worden, moeten je leerlingen strategieën leren inzetten om hun schrijfproces vorm te geven en bij te sturen wanneer ze problemen ondervinden. Om daarin te kunnen groeien, hebben ze  nood aan duidelijke en gerichte instructie over hoe die strategieën werken.

Hoe je dat doet? Hieronder vind je het antwoord op de veelgestelde vragen rond expliciete instructie.

Interactie is een basisbehoefte, met name voor lerende kinderen. Onderzoek toont aan dat interactie een positieve invloed heeft op het leerproces van leerlingen. Door te praten over wat ze leren, bouwen ze samen aan inzicht.

Interactie gebeurt zowel tussen leerkracht en leerling als tussen leerlingen onderling. Het helpt hen om hun schrijfproces voor, tijdens en na het schrijven te versterken. Je activeert hun voorkennis, reikt nieuwe woordenschat aan en modelleert schrijfstrategieën. Daarnaast ontwikkelen ze hun mondelinge en sociale vaardigheden: ze leren gedachten verwoorden, kritisch luisteren en samen tot een dieper begrip komen.

Tijdens kwalitatieve en gerichte interactie leren de leerlingen hoe hun klasgenoten omgaan met de schrijfopdracht: welke stappen zij doorlopen, welke vragen ze zich stellen, waarom en hoe ze zichzelf bijsturen. Die kennis kunnen ze gebruiken om hun eigen schrijfproces beter vorm te geven.

Schrijven is als samen een boomhut bouwen: elke gedachte een plank, elk inzicht een touw, elke luisterende blik een stevige steunpaal. Zo groeit het begrip, tot het stevig staat.

Hoe pak je dat aan in de klas? Hieronder vind je antwoorden op veelgestelde vragen rond interactie bij schrijfonderwijs.

Niet iedereen klimt even snel. Sommige leerlingen hebben wat meer tijd nodig, terwijl anderen vlotter omhooggaan. Wat ze allemaal nodig hebben, is een houvast om verder te komen. Of dat nu een stevige trap rond de stam van de taalboomhut is, of een uitdagende touwladder die hen uitdaagt om hoger te reiken, ze moeten allemaal gestimuleerd worden om net iets verder te klimmen.

Herhaling om te versterken wat ze kennen, begeleiding om nieuwe uitdagingen aan te gaan, en vertrouwen om hun grenzen te verleggen; zo groeien ze stap voor stap naar een hoger niveau.

Krachtig taalonderwijs is een combinatie van ondersteuning, herhaling en uitdaging die ervoor zorgt ervoor dat elke leerling houvast vindt. Hoe doe je dat concreet in de klas? En hoe breng je de vaardigheden van je leerlingen in kaart? Hieronder vind je antwoorden op veelgestelde vragen rond ondersteuning en uitdaging.

Schrijven kan een uitputtende klim zijn: het vraagt grondige inoefening van techniek, coördinatie en doorzettingsvermogen.

Door samen te schrijven, feedback te krijgen, doelen te stellen en strategieën aan te leren, ervaren ze eigenaarschap en groei. En hoe sterker hun schrijfspieren worden, hoe hoger ze willen klimmen.

Een krachtige schrijfaanpak versterkt zowel de inhoudelijke als de technische kant van schrijven, maar ook de goesting om door te zetten, zelfs als het lastig wordt.

Leerlingen die blijven oefenen, bouwen onderweg niet alleen vaardigheid op, maar ook zelfvertrouwen. En net zoals een energiereep tijdens het klimmen, kunnen succeservaringen hun motivatie een flinke boost geven.

Schrijven leer je niet alleen in de taalles. Alles wat leerlingen in de klas oppikken, kunnen ze later ook buiten de schoolmuren gebruiken. Dat noemen we transfer: de kunst om kennis en vaardigheden flexibel in te zetten, waar en wanneer het nodig is. Wat ze leren over toon of structuur in een schrijfopdracht, helpt hen ook om een spreekbeurt voor te bereiden in wereldoriëntatie of om thuis een spannend scenario uit te schrijven voor hun eigen escaperoom.

Maar één sterke boom maakt nog geen bos. Leerkrachten kunnen sterk taalonderwijs niet alleen dragen. Ze hebben elkaar nodig, en ook de band met thuis is belangrijk. Ouders kunnen bijvoorbeeld helpen door samen met hun kind vaste routines op te bouwen rond schrijven en taal.

Ook buiten de school kunnen anderen mee het verschil maken. De bibliotheek is een natuurlijke bondgenoot, met een rijk aanbod aan boeken, schrijfworkshops en ontmoetingen met auteurs. Ook een jeugdauteur uitnodigen, samenwerken met een krant of lokaal radiostation, of deelnemen aan schrijfwedstrijden en poëzieprojecten kan het schrijfplezier aanwakkeren. Een cultuurcentrum of theatergezelschap kan leerlingen inspireren tot verhalen, toneelteksten of recensies. En waarom geen boekhandeltje op de speelplaats organiseren, samen met een lokale (kinder)boekhandel? Zulke samenwerkingen zorgen ervoor dat schrijven tot leven komt.

Binnen de school zelf is samenwerking net zo belangrijk. Taalontwikkeling stopt niet voor de zomervakantie om weer van voren af aan te beginnen op 1 september. Overleg en overdracht tussen leerkrachten is dus van groot belang, ook tussen het kleuter- en het lager onderwijs. Want krachtig taalonderwijs start al lang voor het eerste leerjaar.

Met het stevige touw van dit principe zorg je voor verbinding en samenhang en sjor je alles goed vast. Hieronder vind je antwoorden op veelgestelde vragen rond transfer.

Aan de slag

kuiken op een springveer

Schrijven is een avontuur! Hier vind je overzichtelijke schrijffiches die je meteen kunt inzetten in jouw klas.

papieren vliegtuig

De beste eerste zinnen

Een goed verhaal begint met een goede eerste zin. In deze creatieve schrijfles werken je leerlingen samen aan een eigen verhaal.

Mooie zinnen bouwen

In deze les leren je leerlingen stap voor stap hoe ze hun zinnen kunnen uitbreiden, herschikken en verfraaien.

Noteren zonder invulboek

Je leerlingen ontdekken waarom goed luisteren en selecteren loont, en hoe ze zelf gestructureerde en bruikbare notities maken — zonder invulboek.

Ruimte creatief omschrijven

Met bijvoeglijke naamwoorden bouwen ze hun droomwereld en beschrijven ze die plek alsof ze er zélf in rondlopen.

Schrijven over leren

Deze aanpak kun je inzetten in elke les. Je leerlingen leren reflecteren over wat ze leren in de klas en hoe ze dat helder kunnen opschrijven.

Woorden rapen

Taal is overal. Voor deze creatieve schrijfopdracht verzamelen je leerlingen woorden om zelf een kortverhaal te schrijven.

boom dat door 2 portalen gaat

Verder lezen

Websites

  • Het project Taalsterk schrijven op school van Vives hogeschool bundelt didactische richtlijnen rond schrijfonderwijs en biedt schrijfpakketten aan ter inspiratie
  • ZoLeerRijk is een platform van de Universiteit Gent waar je evidence-informed leermateriaal vindt om taalverwerving te stimuleren
  • Suzanne van Norden publiceerde verschillende boeken over schrijfonderwijs in de basisschool. Op haar website bundelt ze ideeën en publicaties rond motiverend schrijfonderwijs: 
  • Op zoek naar inspiratie rond betekenisvol schrijven en samenwerkend schrijven? Op de website van het project Dialogisch schrijven vind je een lessenreeks over duurzaamheid
  • Het digitale handboek van WODN (Werkgroep Onderzoek en Didactiek Nederlands) bundelt inzichten uit vakdidactisch onderzoek op het gebied van Nederlands
  • SLO is het Nederlandse expertisecentrum voor het curriculum. Op hun website bundelen ze materialen rond onder andere schrijfonderwijs

Handboeken

  • de Lint, P. & S. van Norden. (2022). Wat een goede tekst! Gids voor schrijven in tien genres voor het basisonderwijs. Boom.
  • Koster, M. & M. Korpershoek. (2021). Maak er geen punt van! Feedback geven op schrijfproducten. Coutinho.
  • Schiepers, M., P. Versteden, J. Loman, I. Callebvout, B. Froyen, J. Hebbrecht, H. Imberechts, E. Moonen, E. Ringoot, E. Schutjes, S. Timmermans, C. Truyts, J. T’Sas, T. van Bergen, A. Vanherf, T. Van Houtven, I. Vansteelandt. (2022). Volop Taal. Didactiek Nederlands voor de lagere school. Gent: Owl Press.
  • Vanhoof, S. & G. Speltinckx. (2021). Feedback in de klas. Verborgen leerkansen. Lannoo.
  • Van den Branden, K., & Vanbuel, M. (2024). Taal in de basisschool. Pelckmans.​
  • van Norden, S. (2024). Iedereen kan leren schrijven. Schrijfplezier en schrijfvaardigheid in het basisonderwijs. Coutinho.

Zoeken

Gedetailleerde illustratie van fantasierijke taalboomhut met verschillende kamers verbonden door ladders en bruggen. Diverse dieren bewonen de boom: vogels, eekhoorns, beren en andere dieren. Basis is roze boomstam met ladder.

Geef jouw feedback!

Onze taalboomhut viert binnenkort z’n eerste verjaardag! 🎂

Om jullie nog vlotter te laten klimmen in taal, peilen we graag naar jullie ervaring met onze website.

  • Vul de bevraging in via de onderstaande knop.
  • Geef op het einde ook je e-mailadres mee.
  • Maak kans op een boekenbon t.w.v. €100 voor op school!

kick-off van Klim in taal

Op maandag 2 juni gaf het Vlaams Talenplatform samen met het team van basisschool  Klim-Op (Sint-Truiden) het startschot voor Klim in taal. Het was een namiddag vol taal- en klimplezier! Minister van Onderwijs Zuhal Demir rolde de klimladder mee uit!

Ontvang onze nieuwsbrief!

Wij verwerken je gegevens volgens ons privacybeleid.